Edward van de Vendel, 'Superguppie is alles'

222 keer Superguppie

In de lijvige verzamelbundel ‘Superguppie is alles’ bracht Edward van de Vendel voor het eerst alle gedichten uit de 4 afzonderlijk verschenen delen bij elkaar, aangevuld met 22 nieuwe gedichten. Dat betekent 222 keer Superguppie, 222 verrassend originele gedichten, die al met  de Woutertje Pieterse Prijs, twee Zilveren Griffels en een Vlag en Wimpel bekroond werden.

Als begenadigd observator neemt Edward van de Vendel de alledaagse werkelijkheid als uitgangspunt. Vanuit oprechte verbazing over herkenbare situaties en schijnbaar banale voorwerpen komt de dichter tot verrassende interpretaties. Zo hebben schoenen een ‘grote hongermond’ die je voeten kunt te eten geven, komt er na het ‘badkamerweerbericht’ vanzelfsprekend een ‘parfumjournaal’ en wordt een gedicht gewijd aan ‘de liefste groenten op aard’. Wie de vier bundels na elkaar leest, merkt onmiskenbaar Van de Vendels inhoudelijke en stilistische evolutie op. ‘De groeten van Superguppie’ bevat nog steeds vrolijke verzen, maar spreekt eveneens over de dood van Superguppie, een huilende vader, heimwee.

Precies die diversiteit in de gedichten, weergegeven in originele beelden, vormt een inhoudelijke sterkte.  Zo blijkt een losse knoop bv. al een gedicht waard: “Knoopje heeft zijn ogen open, / maar er hangt een draadje uit. / Heeft het knoopje zitten huilen, / zonder mond, / zonder geluid?" // Ook het zomerse ‘vervellen’ wordt knap in woorden gevat: “Ik leg mezelf naast me neer / in duizend stukjes huid. / De zomer is een spelletje / en ik puzzel me eruit. //

Om de verrassende perspectieven op de ons omringende werkelijkheid ook talig vorm te geven, blijkt een keur aan neologismen het geijkte stijlmiddel: om de moeizame conversatie met een vis te verklaren: “ik ben waterwoordendoof, / visje mensenstemmenstil. // Of het onbestemde gevoel wanneer de kerstboom verdwenen blijkt: “Een open plek / waar de boom heeft gestaan. / Hij was nog lang niet uitgevierd, / maar mama heeft hem leegversierd. //

Behalve de unieke resonantie van zoveel fraaie taalvondsten, verlenen ook stijlmiddelen als alliteraties en assonanties, en sporadisch een – niet consequent volgehouden – eindrijm de gedichten een speelse ondertoon en muzikaliteit. Van de Vendels poëzie leent zich dan ook bij uitstek om voor te lezen of luidop te declameren. In haar expressieve illustraties weet illustratrice Fleur van der Weel een geheel eigen wereld te verbeelden. Met slechts enkele lijnen en een beperkt kleurenpallet, zwart- en wittinten aangevuld met een opvallend felgroen, symboliseert ze de dynamiek en eigenzinnigheid uit de gedichten.

Van de Vendel durft de soms harde realiteit eveneens onder ogen zien. De nuchtere observaties en ironische beschouwingen verhinderen daarbij een sentimenteel relaas. Wanneer de guppies ten prooi vallen aan de kat, klinkt het schijnbaar naïef: “Alle guppies die ik had / zwemmen nu / in onze kat - / nou ja, waarschijnlijk zijn ze dood. // Zelfs in de dood van Superguppie probeert de dichter nog iets positiefs te ontdekken, al waren het maar de honderdduizend snoetjes van z’n kroost die Supperguppies ‘groetjes’ overbrengen.

222 keer Superguppie, dat betekent je 222 keer oprecht verwonderen over de alledaagse werkelijkheid. Het impliceert ook 222 verrassende beelden, gevat in een zeldzaam originele stijl. Het maakt ‘Superguppie is alles’ tot een fraai vormgegeven verzamelbundel die tot uren grasduinen uitnodigt en in geen enkele (school)bibliotheek mag ontbreken.

 

 

Voorlezen vanaf 6+

Zelf lezen vanaf 7+

Details Poëzie
Auteur: Edward van de Vendel
Illustratrice: Fleur van der Weel
Uitgeverij: Querido
Jaar:
2014
Aantal pagina's:
272