Edward van de Vendel, 'Oliver'

Voor iedereen is er een juiste vorm

Voor zijn adolescentenroman ‘De dagen van de bluegrassliefde’ uit 1999, waarin de liefde tussen twee jongens - Tycho en Oliver - op een ongedwongen manier in taal gevat wordt, kreeg Edward van de Vendel veel waardering. In 2006 verscheen de langverwachte opvolger ‘Ons derde lichaam’, vergezeld van de poëziebundel ‘Chatbox’. Hoewel niet slecht geschreven, blijft ‘Ons derde lichaam’ toch voornamelijk ‘feelgood'-fictie. Precies zestien jaar na zijn eerste roman verschijnt nu ‘Oliver’, waarin de auteur op zoek gaat naar de achtergrond van de zwijgzame, wat stugge jongen.

In een als openhartige biecht aan Tycho verpakt verhaal portretteert de zestienjarige Oliver zich als begenadigd keeper, lid van een modelfamilie en onafscheidelijk van zijn neef Bendik: ‘[H]un hele leven al zijn ze voor elkaar net zo vanzelfsprekend als jaargetijden en zuurstof.’ Aan dat onbezorgde opgroeien komt abrupt een einde na choquerende bekentenissen van Olivers vader.

Nu zijn leven op losse schroeven komt te staan, verschanst Oliver zich bij Bendik: 'Het zijn hun problemen,’ zegt Oliver, ‘en niet die van mij.’ Zijn vlucht uit de realiteit kan echter niet blijven duren. Langzamerhand moet Oliver accepteren dat de volwassenen, en zeker de vaderfiguren, niet als rolmodellen fungeren: ze begaan stommiteiten of zijn afwezig. Dat laatste mocht neef Bendik al eerder ervaren na het vroegtijdige overlijden van zijn eigen vader.

Van de Vendel lieert de besognes van zijn personages aan hun coming-of-age. Zowel Oliver als Bendik worden met heftige gebeurtenissen en hun verregaande implicaties geconfronteerd. Vanaf de allereerste bladzijde verrast van de Vendel met een ijzersterk psychologisch portret van beide neven, die als complexe personages aan het empathisch vermogen van de lezer appelleren.

Veel meer dan te focussen op Olivers coming-out, verbeeldt de auteur de adolescentie als verwarrende periode vol uitdagingen en botsingen. Daarbij bedient hij zich van vernieuwende beelden in ragfijn proza, vol zinnen die je zou willen omlijsten: 'We streven naar de juiste vorm, dat is wat we doen. […] Wij worden voortdurend uit onze vorm gehaald. Maar dan zoeken we verder.' In een snel veranderende wereld moeten beide jongens hun identiteit herzien, die zich als amalgaam van herinneringen en ervaringen presenteert.

Die psychologische diepgang manifesteert zich in tal van verhaallijnen, die echter niet allemaal even grondig uitgediept worden. Tycho's mijmeringen na Olivers verhaal blijven eveneens aan de oppervlakte en waren beter weggelaten. Het zijn echter slechts kanttekeningen bij een verder puntgave adolescentenroman, die qua diepgang en talige rijkdom feilloos naast ‘De dagen van de bluegrassliefde’ kan staan.

In ‘Oliver’ zoekt én vindt Edward van de Vendel de ‘juiste vorm’ om Olivers coming-of-age te verbeelden. Nu eens in sensitief proza, dan weer met een suggestieve, haast poëtische stijl blijft de auteur tot de allerlaatste bladzijde verrassen. Behalve een fijnzinnig, diepgaand psychologisch portret van twee opgroeiende jongens laat “Oliver’ zich ook als verhaal over vriendschap en vertrouwen, familiebanden en de liefde lezen.

Een keur aan ‘de grote thema’s des levens’ dus, die van de Vendel in een vakkundig gecomponeerde roman uitwerkt. Een absolute aanrader, zowel voor adolescenten als volwassenen.

 

zelf lezen 15+              

 

Details Fictie
Auteur: Edward van de Vendel
Uitgeverij: Querido
Jaar:
2015
Aantal pagina's:
215