Edward van de Vendel & Isabelle Vandenabelee, 'Rood Rood Roodkapje'

Hoe rode wensen in vervulling gaan

In tijden waarin jeugdliteratuur gedomineerd wordt door trends (de zoveelste fantasy, chicklit of nieuwe telg in een langlopende reeks) vraagt het moed en durf om een rijkgeschakeerd prentenboek in herdruk te brengen. De Eenhoorn blijkt bij uitstek een vernieuwende uitgeverij, waar een instant klassieker als ‘Rood Rood Roodkapje’ (2003) terecht een tweede leven krijgt.

In tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden, schaart dit fraai vormgegeven prentenboek zich niet in het rijtje van de zoveelste makke herwerking. Veelbekroond auteur Edward van de Vendel zet de bekende verhaalstof uit het volkssprookje eigenzinnig naar z’n hand. Dat blijkt al uit de speelse introductie van de protagoniste:

“Er was eens een meisje met kleine wensen. Ze wilde niet veel. Ze wilde mooie rode kleren aan. Ze wilde knikkeren met rode knikkertjes. Ze wilde rodekool en bietjes – nee, die niet, maar wel tomatensaus en bessensap. Ze wilde rood tapijt, ze wilde rode kussens op haar bed. Dat was alles wat ze wilde, want van rood werd ze blij.”

Hoewel haar ‘kleine wensen’ rood zijn, gaan ze vooralsnog niet in vervulling. Integendeel, dagelijks moet Roodkapje op langdradige, grijze tochten haar humeurige grootmoeder bezoeken. Ze toont zich dan ook opgetogen wanneer ze ‘vreemde geluiden’ hoort en ‘een andere geur’ opsnuift. De ontmoeting met de wolf vormt ook hier een goedgekozen katalysator die voor een dramatische wending zorgt. Maar ‘dramatisch’ krijgt bij Van den Vendel en Vandenabeele een andere interpretatie; woord en beeld gaan een geslaagde alliantie aan om de gruwel te verbeelden. Voornamelijk in de illustraties, waar het rood gaandeweg gaat domineren, komt dit beklijvend tot uitdrukking. Vanzelfsprekend geven auteur en illustratrice een eigengereide invulling aan het verdere verhaalverloop, wat tot een fascinerend einde leidt dat tegelijkertijd een onmiskenbaar nieuw begin in zich draagt.

Zonder tot een gewilde actualisering te vervallen, doet van de Vendel recht aan het bekende sprookje, al legt hij eigen klemtonen en brengt hij nuances aan. Roodkampje fungeert als herkenbare, zij het ook zelfbewuste en kritische protagoniste. Eenzelfde zorg voor eigenheid in karakterisering en sfeerschepping in de linoleumsneden van Isabelle Vandenabeele. Tegenover het sober vormgegeven decor van zwart en wit, vormt Roodkapje een opvallende blikvanger. De zwarte vlekken, deels functioneel als schaduwen ingezet, verlenen de illustraties een unheimisch sfeertje dat ideaal bij de verhaalstof past. De eerste ontmoeting tussen Roodkapje en de Wolf beklijft als een geraffineerd uitgewerkte illustratie, uitgespreid over een dubbele pagina. De wolf domineert de prent bijna geheel als afschrikwekkend roofdier, niet toevallig geheel in het zwart afgebeeld. Roodkapje lijkt echter allesbehalve onder de indruk van zijn expressieve kracht. Integendeel, zogenaamd nietsvermoedend wijst ze hem de weg naar het huisje van haar grootmoeder. Vanaf dat moment gaan haar ‘rode wensen’ steeds duidelijker in vervulling, wat het expressieve einde nog eens onderstreept.

Veel blijft ongezegd, zowel auteur als illustratrice appelleren aan de verbeeldingskracht van de volwassen voorlezer en jongere kinderen om lege plekken op te vullen en hun bevindingen eventueel kritisch aan het bestaande sprookje af te toetsen. Een terechte herdruk van een ingenieus, meermaals bekroond prentenboek.

 

Voorlezen vanaf 4+

Zelflezen vanaf 6 +

 

Details Fictie
Auteur: Edward van de Vendel
Illustratrice: Isabelle Vandenabeele
Uitgeverij: De Eenhoorn
Jaar:
2016
Aantal pagina's:
36