Edward van de Vendel, Ingrid en Dieter Schubert, 'Wij zijn tijgers!'

Je hebt tijgers en supertijgers

Onder de noemer ‘Tijgerlezen’ brengt uitgeverij Querido een zogenaamd nieuw concept op de jeugdboekenmarkt. Aangezien uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat kinderen het gelukkigst leren lezen als ze willen lezen, focust ‘Tijgerlezen’ op lezers van 5 tot 9 jaar met boeken die 'spannend of grappig [zijn] en altijd veel illustraties in kleur [hebben]'.

Bij alle boeken wordt (online) lesmateriaal ontwikkeld en verschijnen filmpjes. Alle goede bedoelingen van de uitgeverij en bezieler Edward van de Vendel ten spijt, klinkt dit eerder als oude wijn in nieuwe zakken. Dat blijkt trouwens ook uit de keuze van de eerste zes boeken, zoals ‘Hoog en laag’ van Annie M.G. Schmidt en ‘Bobbi Bolhuis, redder in nood’ van Kate DiCamillo. Toch een vernieuwend aspect, want deze reeks jeugdboeken houdt zich niet aan de inhoudelijke en stilistische beperkingen van de AVI-boekjes.

‘Wij zijn tijgers!’ is het resultaat van een samenwerking tussen Edward van de Vendel en het echtpaar Schubert. De auteur en illustratoren introduceren twee kleine savannebewoners met grote ambities; stokstaartje Max en dikdik Tex (een kleine antilope) verbeelden zich dat ze tijgers zijn. Olifantspitsmuis Wokkeltje heeft zo z’n bedenkingen: z’n vrienden hebben niet bepaald strepen en kunnen evenmin brullen. Max en Tex proberen Wokkeltje van hun gelijk te overtuigen en dat resulteert in enkele humoristische scènes. Dat inlevingsvermogen keert zich overigens ten goede wanneer onverwacht een echte tijger opduikt. Max, Tex en Wokkeltje komen tot de conclusie dat ze misschien geen echte tijgers zijn, maar er lopen nog genoeg andere savannebewoners rond met wie ze zich kunnen vereenzelvigen.

‘Wij zijn tijgers!’ is slechts ten dele geslaagd. Het humoristische aspect overtuigt het meest en blijkt vooral uit de overdrijvingen bij het aanmeten van de andere identiteit. Naast humor blijven ook spanning en avontuur fel gesmaakte ingrediënten door jonge kinderen. Van den Vendel en de Schuberts integreren wat actie wanneer de tijger onverwachts opduikt.

In de illustraties wordt de spanningsboog het best opgebouwd; jongere kinderen zullen het roofdier sneller ontdekken dan de drie savannebewoners, wat ongetwijfeld tot voorpret leidt. Het verhaal bestaat grotendeels uit dialogen die voor een zekere speelsheid en ritme zorgen. Ook hier blijkt de markante tegenstelling tussen de dromerige antilope en het stokstaartje enerzijds en de wat betweterig, realistisch ingestelde olifantspitsmuis anderzijds:

            ‘Neehee,’ zegt Wokkeltje.

             ‘Wij zijn geen tijgers,

             want een tijger heeft strepen en wij niet.’

Ingrid en Dieter Schubert weten de typische couleur locale van de savanne sterk te verbeelden in sobere prenten, bestaande uit wat stenen, grasland, een waterplas en een enkele boom. Het kleurgebruik blijft beperkt tot aardtinten. Via de sfumatotechniek gaan de savannebewoners deels in de achtergrond op, wat in een mysterieus effect resulteert. De dierenfiguren worden realistisch uitgewerkt, maar beschikken tegelijkertijd over een geslaagde expressie en dat is zeker geen evidente combinatie.

‘Wij zijn tijgers!’ blijkt vooral een op maat van jongere kinderen geschreven boekje en biedt behalve herkenbare elementen als spanning en humor weinig meerwaarde. Van de ambassadeur van het ‘Tijgerlezen’ hadden we toch meer verwacht.

 

Voorlezen vanaf 4+