Amos Oz, Dorpsleven

De schaduwzijden van het dorpsleven

Tijdens het lezen in ‘Dorpsleven', de nieuwe verhalenbundel van Amos Oz, spookte voortdurend het nummer ‘Small town' van Lou Reed en John Cale door ons hoofd: ‘When you're growing up in a small town. You know you'll grow down in a small town. There is only one good use for a small town. You hate it and you'll know you have to leave'. De inwoners van Tel Ilan, een klein dorpje in het noorden van Israël waarop Oz in deze bundel inzoomt, gaan immers ook allemaal gebukt onder de beperkingen die het leven in een kleine gemeenschap met zich meebrengt. De Joodse landbouwkolonie was met zijn wijn- en boomgaarden en de bouwvallige onderkomens van seizoenarbeiders jarenlang een van de weinige authentieke overblijfselen uit de tijd waarin de staat Israël werd gesticht.

Inmiddels heeft de moderne tijd er echter ook zijn intrede gedaan, waardoor de voormalige landbouwidylle stilaan volgebouwd raakt met galerieën, boetieks en restaurants. De lokale bewoners verdienen tegenwoordig de kost in de toeristische sector dankzij de vele weekendtoeristen en koopjesjagers die Tel Ilan overspoelen, en leven amper nog van de opbrengsten van hun rijke landbouwgrond.

In ‘Dorpsleven' laat Oz ons door middel van acht in elkaar hakende verhalen kennis maken met het dagelijks leven in Tel Ilan. Een dorp waarin op het eerste gezicht alles koek en ei lijkt, maar waar onderhuids toch heel wat spanningen opborrelen. Het is een thema dat wel vaker voorkomt in de Israëlische literatuur die sterk beïnvloed wordt door de explosieve situatie in het Midden-Oosten.

Oz voert in elk verhaal een ander hoofdpersonage ten tonele, waardoor de afzonderlijke verhalen in deze bundel samen een mooie dwarsdoorsnede van de microkosmos Tel Ilan vormen. Zo wordt de zeventienjarige Kobi bijvoorbeeld verliefd op de veel oudere bibliothecaresse Ada, terwijl het voormalige parlementslid Pesach Kedem op datzelfde moment zijn laatste levensdagen doorbrengt bij zijn dochter Rachel.

Na het sprookje ‘Plotseling diep in het woud' en het schrijversrelaas ‘Verzen van het leven en de dood' heeft Oz met ‘Dorpsleven' dus een bundel vol dorpsverhalen geschreven. Hij treedt met deze verteltechniek in de voetsporen van de Amerikaanse schrijver Sherwoord Anderson, die in de aparte verhalen van zijn klassieke bundel ‘Winesburg, Ohio' ook het wedervaren van telkens weer een andere inwoner van het fictieve plaatsje Winesburg beschreef. In combinatie met de fijnzinnige wijze waarop Oz zijn personages schetst zorgt deze manier van vertellen ervoor dat ‘Dorpsleven' een aangrijpende inkijk biedt in de dagdagelijkse besognes van de inwoners van een klein dorpje op het platteland.

De kwaliteit van de verhalen in ‘Dorpsleven' is jammer genoeg iets te wisselvallig om van een volledig geslaagde bundel te kunnen spreken. In ‘Graven' is de begenadigde rasverteller Oz aan het werk, die niet toevallig onder meer de Goethe- en Prins van Asturiëprijs op zijn schrijftafel heeft staan. Het verhaal ‘Zingen' - waarin alle personages uit de voorgaande verhalen samenkomen - komt echter veel te geforceerd over, terwijl andere verhalen dan weer te lijden hebben onder een overdaad aan zwaarmoedigheid.

Zo blijven we met gemengde gevoelens achter. ‘Dorpsleven' is een bundel die lezers die vertrouwd zijn met Oz' werk zeker zal aanspreken, maar die voor andere lezers misschien iets te moeilijk te doorgronden zal zijn door het overdadige pathos waarmee Oz zijn verhalen gelardeerd heeft.

Details Fictie
Originele titel:
Temoenoet mechajee hakfar
Auteur: Amos Oz
Vertaler: Hilde Pach
Copyright afbeeldingen: De Bezige Bij
Uitgever: De Bezige Bij
Jaar:
2009
Aantal pagina's:
239