Dolf Toussaint, 'Amsterdam voor het voorbij is'

Vertrouwd en vreemd in een constant refrein

Het nummer 'Past lives' van de groep Real Estate probeert iets te vangen van het gevoel dat je overvalt wanneer je wandelt door een vertrouwde buurt. 'Oh, but I can see. The sky is not the only thing that changes rapidly', zingen ze en daarmee leveren ze onbewust de soundtrack voor dit fotoboek.

Dolf Toussaint (1924-2017) woonde en werkte als straat- en politiekfotograaf in de buurt van de Amsterdamse Jordaan en dat merk je bij iedere foto. Hier zie je het product van iemand die - net als Eugène Atget dat deed in het Parijs van de vroege twintigste eeuw - aanvoelt dat een samenleving richting een scharniermoment dendert.

De eerste foto's tonen een drukbezochte Noordermarkt in 1962. Een groentenboer lacht zijn middenstandersglimlach richting Toussaint en vrouwen met licht warrige haren in bebloemde jurken kijken toe. Tweehonderd bladzijden verder zijn we aanbeland op de Dam in 1980: het is 30 april, inhuldiging van koningin Beatrix. Een gepantserde politiewagen rijdt richting een gemaskerde man die een steen in de hand houdt. Dezelfde stad en bewoners, andere tijd en context.

'Amsterdam' is een document dat op verschillende manieren functioneert. Je kunt het beschouwen als een tijdscapsule, maar dan ontzeg je jezelf een rijkere lezing. Naarmate het boek vordert, zien we steeds minder mensen op de foto's verschijnen, maar steeds meer nieuwe en efficiënte woonblokken. Rommelachtige straten worden ingeruild voor rustige, statige wijken. We zien een man door zijn raam turen naar een woningblok, naast hem een kamerplant. Een hond kijkt dociel zijn turende baasje aan. 'Circa 1960', stelt het bijschrift. We zien de geboorte van de individuele huiselijkheid.

Toen Toussaint in 1965 zijn fotoboek over de Jordaan publiceerde, schreef Simon Carmiggelt de bijschriften. Terwijl je door het boek bladert, lijkt het alsof je de mensen leert kennen die de wereld van Carmiggelt bevolkten. Mensen waarvan het leeuwendeel ondertussen overleden is, maar waarvan hun verhalen nog steeds opgetekend zijn in Carmiggelts Kronkels. Het zijn verhalen waarin gelogen, geschmierd, gelachen en gehuild wordt en waarin we ons nog steeds herkennen.

Geen enkele foto voelt hier overbodig. Geen enkele foto laat je onbewogen achter. Steeds duiken er vragen op in je hoofd, steeds wil je je beeld scherper krijgen.

Het zijn dagelijkse taferelen, maar ze herbergen werelden aan mogelijke betekenissen.

Details Non-fictie
Uitgeverij: Bas Lubberhuizen
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
206