Maartje Wortel, Dit is jouw huis

De schoorsteen zien roken

‘Dit is jouw huis' is de angstwekkend gewone titel van het literaire debuut van Maartje Wortel (1983). Is dit een bundel verhalen die zich beperkt weet tot huisje-boompje-beestje, vragen we ons af. Ja, maar de verhalen wekken met achteloze precisie de indruk van wat er zich werkelijk afspeelt tussen de soep en de patatten. En dat is niet altijd fris. Wel intrigerend.

Bij het lezen verzamelden we vraagtekens in allerlei soorten en maten. Zo heeft Wortel duidelijk de smaak van het weglaten te pakken. De meeste van haar verhalen bestaan uit niet veel meer dan een skelet met de juiste details om het aan te kleden. Het zijn er niet veel, maar juist door het weinige dat ze weggeeft, draagt hetgeen er staat ongemakkelijk veel betekenis. In het eerste verhaal van de bundel zijn er bijvoorbeeld de dialogen tussen de hoofdpersonen en hun buurman. Pas door de context krijgt het betekenis.

Soms laat Wortel te veel weg, blijft het allemaal iets te onbepaald. Wat er wél staat, is over het algemeen zeer concreet. Zo lezen we in 'Displaced persons' over een documentairemaker die zonder enige franje het verhaal optekent van een vrouw wier man al sinds lang vermist wordt. De weinige emotionele doorspekkingen laten in luttele woorden het beeld zien van iemand die niet (meer) wordt geraakt door de emotie van de ander, maar zich enkel nog druk maakt over hoe lang het nog gaat duren en of het verhaal wel interessant genoeg is om naar te kijken. Opnieuw weet Wortel de juiste details eruit te pikken om een totaalbeeld neer te zetten.

Een ander vraagteken betreft de titel van de bundel. ‘Dit is jouw huis.' Er is een verhaal in de bundel dat zo heet én de frase komt letterlijk voor in het eerste verhaal. Bovendien geeft ze ons het gevoel door, zoals gezegd, zo weinig los te laten, dat ook de titel een verborgen boodschap herbergt. Er komen veel huizen voor in de verhalen, maar slechts in enkele spelen ze de hoofdrol of een belangrijke bijrol. Duidt het misschien op het omgekeerde van het gezegde 'not in my back yard'? Dat de gekte, de onbepaaldheid, de loomheid, de dreiging, de zinloosheid, kortom, dat de gevoelens die doorschemeren in wat ze beschrijft, wel degelijk onder ons allen zijn, en zomaar de kop op kunnen steken?

Vragen die rijzen als we wat meer afstand nemen, zijn bijvoorbeeld die naar de eenheid van de bundel. Kampioenen van het korte verhaal, zoals de hedendaagse Indiaas-Amerikaanse schrijfster Jhumpa Lahiri, weten hun bundels zodanig samen te stellen dat de verhalen, ondanks dat ze op zichzelf staan en heel verschillende onderwerpen kunnen hebben, een geheel vormen.

Wortels toon is doorheen haar vertellingen, hoe uiteenlopend ook, redelijk constant, maar het is moeilijk het boek als geheel te beoordelen. Misschien vanwege het kwaliteitsverschil tussen de verhalen - en dat terwijl haar mindere verhalen absoluut niet slecht zijn. Sommige stemmen komen nog niet helemaal uit de verf, zoals de man in ‘Love is a horse with one leg'. Hoe ze daarentegen in 'Boarden' praat als jongen van een jaar of twaalf is treffend. Ze weet zowel qua vorm (tussenwerpsels, lengte van de zinnen) als inhoud (voorwerpen die belangrijk zijn, verbanden die worden gelegd) zijn stem te pakken.

Maar het belangrijkste vraagteken van allemaal is wel: waarom zijn de meeste verhalen zo goed, waarom boeien ze haast allemaal? We kunnen er moeilijk onze vinger op leggen. Het is een vraagteken waarmee we wel willen leven. Wanneer zou de schoorsteen van Wortels huis opnieuw roken?

Details Fictie
Auteur: Maartje Wortel
Uitgever: De Bezige Bij
Jaar:
2009
Aantal pagina's:
159