Dieter Vandenbroucke, ‘Victor J. Brunclair – dansen op een vulkaan’

De stem van een veelvormig verzet

Er zijn heel wat onbelangrijke figuren uit heden en verleden die er een Wikipediapagina op na houden. Het omgekeerde gaat echter niet op: er zijn maar weinig invloedrijke personen wiens leven niet, zij het met slechts een paar zinnen, in de grootste encyclopedie van dit moment vermeld staat. Een hiaat in de Nederlandstalige versie van de zogezegde digitale bron van alle (ahum!) kennis is het ontbreken van een eigen stek voor Victor J. Brunclair, vandaag vooral bekend (voor wie de naam al kan plaatsen) als de artistieke tweelingbroer van Paul van Ostaijen. Tot op vandaag staat Brunclair in diens schaduw.

Had de man louter gedichten geschreven, dan zou die plaats ergens in de kantlijn bij het genie van Ostaijen toch enigszins te begrijpen zijn. Brunclair was in zijn tijd echter een gevreesd polemist en onbevreesd politiek activist, iemand met een ideaal dat zich zowel op de kunst als op het gewone leven entte. Als een spilfiguur van het culturele leven tijdens de Tweede Wereldoorlog moet hij gezien worden, een man die omwille van zijn engagement stierf in een concentratiekamp onder nazi-bewind.

Na de oorlog liet literair Vlaanderen Brunclairs resten smeulen, tot ze helemaal uitgedoofd waren en zo goed als onzichtbaar werden. Paul de Wispelaere ondernam in 1960 een moedige reanimatiepoging, maar het mocht niet baten. Nog steeds situeren Brunclairs biografie en zijn veelzijdige oeuvre zich in de vergeethoek – zelfs een vermelding in Claus’ ‘Het verdriet van België’ wist de nieuwsgierigheid van Nederlandstalige kunst- en literatuurwetenschappers niet te prikkelen. Tot Dieter Vandenbroucke de universitaire aula’s onveilig maakte. Hij schreef tijdens zijn opleiding als letterkundige een verhandeling over Brunclair en bleef zich nadien vastbijten in het onderwerp. Zijn enthousiasme resulteerde in een doctoraat, dat inmiddels uitmondde in een boek. ‘Dansen op een vulkaan’ – een voor multiple interpretaties vatbare paradox die Brunclair persoonlijk belichaamde – is het soort biografie waar menig kunstenaar, dood of levend, hoogstens van kan dromen. Zo genuanceerd en zo volledig: dit is non-fictie van de beste soort.

Weliswaar schuilt er ook een gevaar in de omvang van een boek als dit. Wetende dat Brunclair in het verleden nooit echt aan het grote publiek werd voorgesteld, betekent een kanjer van 500 bladzijden niet alleen veel hooi op de vork van de auteur, maar ook op die van de lezer. Inderdaad bevat het boek passages waarin de biografie verwordt tot een soort naslagwerk. Het gaat dan om hoofdstukken waarin het onderscheid tussen hoofdzaak en detail teveel komt te vervallen. Nochtans zal de gemiddelde man of vrouw die deze publicatie ter hand neemt, niet diagonaal beginnen lezen. Net dat is Vandenbroucke’s grootste verdienste: hij heeft een stijl die het zakelijke overstijgt, een sierlijk idioom dat bevlogenheid verraadt en interesse genereert. Zelfs wanneer historische uitdiepingen hun onmiddellijke relevantie voor de lezer verloren zijn, blijft die gedwee in Vandenbroucke’s literaire bad drijven. Hoeveel academici kunnen zich beroepen op die kwaliteit?

Is ‘Dansen op een vulkaan’ een belangrijk boek? Zonder twijfel. Het documenteert een leven dat de Belgische letterkunde voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog voor een stuk heeft bepaald. Maar of Brunclair belangrijk is voor de man in de straat, is natuurlijk een andere vraag. Hoe onderlegd Vandenbroucke als biograaf ook is, zijn boek zal vooral diegenen fascineren met een a priori curiositeit naar de voltooid verleden tijd van de literatuur.

Details Non-fictie
De stem van een veelvormig verzet
Uitgeverij: De Bezige Bij Antwerpen
Jaar:
2014
Aantal pagina's:
590