Delphine Lecompte, 'Western'

Eigengereid en grappig taalplezier

Delphine Lecompte is zonder meer een vreemd fenomeen in de letteren. Ooit werd ze twaalf jaar geleden, toen ze in de Verenigde Staten debuteerde met de roman Kittens in the boiler de vrouwelijke Charles Bukowski genoemd. Ruw, geil en genadeloos. Sindsdien heeft ze zich, als een outlaw, fulltime op poëzie gestort. Overigens niet zonder succes. De dieren in mij , haar debuut werd bekroond met de Cees Buddingh'-prijs (2010) en de prijs van de provincie West-Vlaanderen (2011). Inmiddels werkt ze gestaag verder aan een poëtisch oeuvre waarop de etiketten authentiek, eigengereid en provocerend mogen worden geplakt. 

Wie haar gedichten leest, ontkomt niet aan een glimlach of bezwijkt voor haar grenzeloze fantasie. Bovendien wordt de alerte lezer geregeld overrompeld door wat tussen de regels valt te lezen. Vuurwerk, klaar om te exploderen in dit niet zo vrolijk tijdsgewricht. 

Lecompte ontziet niets of niemand, doorprikt religie en gezag, lacht in vlot geschreven verzen alles weg. Als geen ander lukt het haar, in het licht van de eeuwigheid, bijna alles te relativeren. Altijd met dat ene doel voor ogen: een zoveelste grijze dag, via een gedicht, op te vrolijken. Dit lukt haar, na de bundel Dichter, bokser, koningsdochter alweer aardig met Western. De volledige titel luidt: Western directed by Delphine Lecompte. Net alsof het hier om een film gaat. Niets is minder waar. Lecompte heeft een puntgave bundel afgeleverd die bestaat uit vier delen: child, whore, revenge, redemption en een deleted scene als slot. Gedichten die je af en toe op het verkeerde been zetten, je tot herlezen dwingen waarna je je realiseert dat je een nietsontziende spiegel wordt voorgehouden. Lecompte verhult niets, bedient zich van een poëtica zonder franjes en jongleert met taal.

Hoe vrijgevochten Delphine Lecompte ook is, toch laat religie haar niet los. Er gaat geen gedicht voorbij of God lonkt om de hoek. Ze komt hem tegen in de wasserette waar hij zijn sokken en overhemden uit de droogkast haalt. Of ze vraagt hem of hij het erg vindt dat ze met een nachtbeugel slaapt. 

In het gedicht 'De priester die Jezus van mij weggriste' verwoordt ze het onder andere als volgt:

 

Ik bad dagelijks tot God, en ik telefoneerde 's nachts

Via Fisher Price naar zijn volmaakte zoon

Jezus nam steeds op en zei: 'Ach katholieke misdienst...

Mooie liturgie dat wel, maar de hostie mijn vlees, eet die gerust op wanneer jij het wilt.'

 

Op haar best is ze onder andere in 'Een oliefilm op de plannen die ik niet heb gesmeed'. Een gedicht waarin het ene beeld het andere verdringt:

 

Er ligt vandaag een oliefilm op alle zoogdieren waar ik van hou

Het is angstaanjagend, ik laat ze in de steek, ik ga naar het strand

Op een golfbreker staat een puber zelfmoord romantisch te vinden

In een bunker snijdt een moegetergde zadelmakersvrouw haar polsen over met een mes

Dat niets te maken heeft met het ambacht van haar man, attent en fijngevoelig tot de dood.

 

Hoeft het nog gezegd dat Delphine Lecompte een verademing is in de Nederlandse poëzie die vaak in een te strak hermetisch harnas wordt gehesen?

Voor een bundel als Western, vol geslaagde enjambementen en binnenrijmen, verdient Lecompte meer dan de status van een gevierde dichteres.

Details Poëzie
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2017
Aantal pagina's:
117