Claude Blondeel, 'Oostende & Compagnie'

Beroemde en vergeten namen

Oostende, de stad aan zee, heeft schrijvers en kunstenaars nooit losgelaten. Notoire culturele ambassadeurs van de vroegere 'koningin der badsteden' zijn onder andere James Ensor, Léon Spilliaert en Arno Hintjens die, naar aanleiding van zijn zeventigste verjaardag, zijn geboortestad met het nummer 'Oostende bonsoir' vereeuwigt.

Zou het kunnen dat Claude Blondeel om die reden  'Oostende & Compagnie' aan zijn copain Arno heeft opgedragen?

Is Ensor het culturele uithangbord bij uitstek van Oostende, dan is zijn huisfotograaf Maurice Antony ten onrechte minder bekend. Hoe hij - een subtiel speler met het licht - zichzelf in gezelschap van Constant Permeke en Ensor in een spiegelbol fotografeerde, is inmiddels een iconisch beeld geworden. Hoeveel meer dan een kolom tekst had de lezer willen vernemen over deze uitzonderlijke 'portrettenmaker' die zelfs het avondlicht niet schuwde?

Wijlen Roger De Rameé, de vroegere directeur van het Kursaal, mag zich dan ook gelukkig prijzen dat hij zoveel ruimte krijgt toegemeten. Wie buiten Oostende herinnert zich die man nog?

Gelukkig gaat grote aandacht uit naar Henri Storck bij wie Blondeel terloops wijst op de verwantschap tussen Storck en Ensor: 'Het is opvallend hoe beide kunstenaars de cinematografische grammatica incorporeren: travelling, zoom close-up.'

Cineast Raoul Servais wordt over vijf volle, goed gedocumenteerde pagina's neergezet als een humanist, iemand die altijd solidair is met zijn medemens.

En uiteraard blijft de rol van het Belgisch vorstenhuis niet onderbelicht. Leopold I huurde er al een statig herenhuis  - een koninklijke residentie - in de Langestraat waar zijn echtgenote Louise Marie vanuit de belvedère die zee in ogenschouw kon nemen. Nog belangrijker is de rol van Leopod II die de zeedijk laat verbreden, er groot station laat bouwen en er op de grens met Mariakerke een zomerverblijf heeft.

De dag waarop de koningin niet meer naar Oostende komt, dan heeft Leopold II het  verblijf voor zich en zijn talloze maîtresses en courtisanes er meer dan welkom.

'Het is duidelijk dat Leopold II liever vanuit Oostende regeert dan vanuit Brussel. Hij reist met zijn eigen trein en bij elke ”thuiskomst” wachten burgemeester en stadsbestuur hem op aan het station.'

Minder in het oog springende figuren zijn dirigent Leon Rinskopf, cultuurpaus Edmond Picard, lokale zangeres Lucy Loes, Henri Vandeputte, schaarse regels over Henryk Sienkiewicz, alsook over andere individuen die er ooit hebben verbleven. Over Marcel Poust staat enkel te lezen dat hij er als achttienjarige weigerde om in zee te zwemmen. Relevant is dan weer te vernemen dat James Joyce er anno 1926 lessen Vlaams heeft gevolgd.

Hoe mooi  'Oostende & Compagnie' ook oogt, toch bevat dit boek enkele slordigheden die een alerte eindredacteur niet over het hoofd had mogen zien. Een paginagrootte foto van politicus Joseph Roth in plaats van de schrijver, Virginie Loveling die als Gentse in plaats van Nevelse wordt omschreven, dichter en rasechte Oostendenaar Karel Jonckheere die niet eens wordt vermeld, net zoals romancier Gaston Duribreux het verdiende om in zo'n boek uit de vergetelheid te worden gehaald. Een gouden tip voor een tweede druk?

 

Details Non-fictie
Uitgeverij: Lannoo
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
224