Catullus, ‘Lesbia – verzen van liefde en spot’

Verzen als dynamiet

Is er in de boekenkast anno 2017 nog plaats voor de Romeinse meesters? En zo ja, volstaat het dan niet om pakweg Ovidius, Vergilius, Seneca en Cicero te lezen? Misschien wel. Desalniettemin zou het een verlies zijn wanneer Catullus enkel door fervente Latinisten wordt verorberd. Vertaler Paul Claes merkt immers terecht op dat de auteur ongewoon dicht bij onze tijd staat, en wel om verschillende redenen.

Met enerzijds zijn behoorlijk sentimentele liefdespoëzie en anderzijds zijn bikkelharde spotverzen, is Catullus een eclecticus zoals er in zijn epoque weinig waren. Het oeuvre als smeltkroes van diverse stijlen, het is een gegeven dat uiteraard nog lang geen twee millennia oud is. Verder gebruikt de schrijver in zijn schertsende gedichten geregeld schuttingtaal, waarmee hij politieke en publieke figuren met slechts een handvol zinnen in hun hemd zet. Catullus de founding father van de stand-upcomedy noemen is allicht een brug te ver, maar raakvlakken tussen zijn stijl en die van performers vandaag zijn er in ieder geval.

Hoewel de hedendaagse lezer de historische context van de figuren waar de auteur het over heeft niet altijd kent, blijft de talige virtuositeit moeiteloos overeind. Dat is een verdienste van de luisterrijke vertaling van Paul Claes, die uitstekend heeft aangevoeld hoe Catullus vandaag gelezen kan worden. Puristen zouden kunnen struikelen over de vrijheid die de vertaler zich gepermitteerd heeft, maar in essentie slaagt deze vertaling subliem in wat ze beoogt: verzen van voor onze jaartelling transponeren naar een Nederlands dat in het hier en het nu prikkelt, vloeit en uitdaagt.

Meer dan de letter heeft Claes de geest van Catullus gerespecteerd, met als gevolg dat enkele van diens gedichten ook nu nog een frappante directheid bezitten. Daarbij grijpt Claes overigens niet naar extreme woordkeuzes of naar een taal die uit zichzelf choqueert. Wel integendeel is het de manier waarop stijl, syntax en ritme samenkomen, waardoor het hier gepubliceerde werk een verbazingwekkend eigentijdse impact heeft.

Verder heeft Claes er alles aan gedaan de verzen voor zichzelf te laten spreken. De aantekeningen achteraan leveren een schat aan informatie op voor wie Catullus terug in de context van de Romeinse tijd wil zien, maar wie de verzen als tijdloze taalkunst wil appreciëren, heeft die extra duiding meestal niet nodig. Niettemin toont de vertaler zich ook in zijn annotaties als een eloquent en uitnemend gedocumenteerd vakman.

Structureel valt deze bundeling uiteen in twee ingrijpend verschillende delen. Enerzijds is er de ‘traditionele’ dichtkunst, waarin Catullus bepaalde versvormen uitprobeert. Traditioneel is de inhoud natuurlijk zelden, of het zou in de soms zeemzoete liefdespoëzie moeten zijn. Elders countert de schrijver dat echter met zijn haast scabreuze directheid. De epigrammen, die het tweede deel van het boek uitmaken, zijn bij uitstek het exempel van economisch geformuleerde maar hoogst effectrijke hersenspinsels. Ze zijn het pendant van talige splinterbommen, waar een handvol regels het equivalent vormen van een plotse eruptie van verontwaardiging, verlangen, ironie, cynisme – wat je maar kunt bedenken.

Preutse of perfectionistische zielen houden zich misschien beter ver van deze nochtans perfecte vertaling vandaan. Catullus laat zich immers niet kisten door de conventies van zijn tijd, noch door die van de onze. Zijn verzen zijn literair dynamiet, op heden niet minder explosief dan in een ver verleden.

Details Poëzie
Verzen als dynamiet
Originele titel:
Carmina
Selectie, vertaling, inleiding & commentaar: Paul Claes
Uitgeverij: Athenaeum - Polak & Van Gennep
Aantal pagina's:
270