Bruno De Roover & Luc Cromheecke, ‘De tuin van Daubigny’

Een impressie

Charles-François Daubigny. De kans dat zijn naam je iets zegt is eerder klein. Toch was de man een van de wegbereiders van het impressionisme en een persoonlijke held van Vincent van Gogh. Voor drie van zijn laatste schilderijen installeerde de Nederlandse grootmeester zich achter de oude woonst van zijn inmiddels overleden idool. Hij schilderde onderaan de doeken zelf de titel van zijn werk: Le jardin de Daubigny.

‘De tuin van Daubigny’ is ook de titel die scenarist Bruno De Roover (‘Café Cowala’, ‘J.Rom’) en tekenaar Luc Cromheecke (‘Plunk’, ‘Tom Carbon’) gaven aan hun stripbiografie van Daubigny. Nu ja, biografie: De Roover heeft er voor gekozen om korte anekdotes te belichten uit het leven van de kunstenaar om de lezer zo een impressie (wink wink!) te geven van zowel de kunstenaar als de persoon. Een deel van die verschillende hoofdstukken is gebaseerd op de brieven die Daubigny achterliet. We volgen hem op zijn trektochten door de natuur - dankzij de uitvinding van de verftube was Daubigny een van de eerste schilders die hun atelier achter zich konden laten - terwijl hij probeert een Saint Jérôme met duivelsfiguur probeert te vatten, wanneer hij niet kan ontsnappen aan een feestje met zijn collega’s in een koeienstal en als hij ronddobbert met zijn zoon in zijn eigen bootje, wat ook de aanleiding was voor de prachtige cover van deze strip.

Luc Cromheecke is naast striptekenaar ook landschapsschilder. Voor hem is dit boek een werk van liefde en dat voel je, dat merk je en dat zie je vooral. Zijn typische cartooneske stijl is niet verloren gegaan, maar er is wel wat aan geschaafd. Bovendien keek zijn vrouw Sabine als professioneel inkleurster mee over zijn schouders tijdens het tekenen en dat leverde letterlijk schilderachtige kleuren op die als gegoten passen bij het verhaal. Ook in de grote tekeningen die de hoofdstukken van elkaar afscheiden, blijft Cromheecke overtuigd aanhanger van het principe ‘less is more’, wat zorgt voor rustige, mooie plaatjes.

We kunnen wel begrijpen waarom er zo lang gewerkt is aan dit album. Zowel scenarist als tekenaar wagen zich buiten hun comfortzone van absurde gags en superheldenreboots. Toch zijn ze er magisch in geslaagd elkaar halverwege te ontmoeten en zo een impressionant album af te leveren. Cromheecke mocht vorig jaar de Bronzen Adhemar, de belangrijkste prijs voor Vlaamse striptekenaars, in ontvangst nemen. Recent opende in Mesdag Museum in Den Haag een tentoonstelling met origineel werk van Cromheecke én Daubigny, die volgend jaar ook in de Kempen te zien zal zijn. Een mooier eerbetoon kon hij zichzelf allicht niet wensen.