Brecht Evens, 'Het amusement'

(Ver)dwalen met een caleidoscoop

Juicht allen! Vier jaar na het beklemmende ‘Panter’ komt Brecht Evens met een nieuwe worp. Over het ontstaan ervan vloeide al wat inkt, want Evens putte inspiratie uit de depressies, manie en psychose waar hij mee af te rekenen kreeg in de periode 2013-2014. Niet makkelijk om uit zulke heftige ingrediënten een samenhangend en aangenaam leesbaar verhaal te distilleren, zou je denken. Hij nam er dan ook de tijd voor en kwam z’n atelier pas buiten toen hij een 336 pagina’s tellende klepper klaar had.

Als door een caleidoscoop vertelt ‘Het amusement’ de verhalen van Jona, Victoria en Rodolphe. Waar die eerste probeert zijn verleden te boven te komen, zijn Victoria en Rodolphe vooral verwikkeld in een strijd met hun innerlijke demonen. Het brengt hen naar plaatsen en mensen die Evens al eerder bezocht in ‘Ergens waar je niet wil zijn’. Disco Harem is bijvoorbeeld opnieuw het decor van menig feest, al speelt het verhaal zich voor een groot stuk ook af in de straten van een fictieve grootstad. Parijs of Brussel lijken nooit ver weg.

Toch zijn de echo’s uit Evens’ ‘doorbraakboek’ niet te ontkennen, ook inhoudelijk niet. Terwijl het toen vooral bij een pijnlijke weergave van een eenzame tussen de eenzamen bleef, kruidt de auteur dat gegeven in dit geval bij met personages als de emotioneel breekbare Victoria en vooral de manische Rodolphe, die het sterkst gebaseerd is op de versie van hemzelf uit 2013-2014. Daardoor wordt ‘Het amusement’ een strip die nog meer alle kanten uitwaaiert en de lezer slechts sporadisch toelaat op adem te komen. De verhalen vloeien uiteen en komen weer samen als grillige waterloopjes waarin je echter nooit zal verdrinken. Daar gaan ze niet diep genoeg voor of zijn ze net te vluchtig.

De steun van de tekeningen is dan ook niet te onderschatten. De afwisselend consonante en dissonante verhalen zijn nu eens ingetogen, dan weer luid en barok. Maar telkens tillen ze het verhaal een niveau hoger. Neem bijvoorbeeld het moment waarop een lachwekkend geklede Rodolphe zichzelf met een soort misplaatste, maar ongelooflijk gemeende serenade aan het balkon van zijn ouders genezen verklaart, terwijl hij dat overduidelijk niet is: dat is hartverscheurend. De groep willekeurig van straat geplukte marginalen die hem daarbij omringt, wrijft het tegendeel er zo mogelijk nog harder in.

Tussen al dat bijwijlen pijnlijk geweld door, weet Evens echter regelmatig prenten in zijn werk te smokkelen die prachtig refereren aan populaire en minder populaire cultuur. Zo vormt Oskar Schlemmers Triadisches Ballet de inspiratie voor het begin van een zeer esthetisch feestje en blijkt Caspar David Friedrichs ‘Wanderer’ ook rond te dwalen in ‘Het amusement’. Kwatongen zouden durven beweren dat dat pure eye candy is en dat klopt in zekere zin ook, maar in het geval van die laatste verwijzing is het daarnaast een extra zetje in het verhaal. Waar de eenzame wandelaar bij Friedrich namelijk nog rust lijkt te kunnen vinden in de natuur, wordt de eenzaamheid van Rodolphe alleen maar versterkt door de schreeuwerige neonlichten. Romantiek verdrongen door de consumptiemaatschappij en de verloren ziel uitkijkend over een wereld waarin hij geen plaats vindt.

Wat er ook van zij, makkelijk is het niet om zo’n overdadig boek als ‘Het amusement’ efficiënt te bespreken in een beperkte recensie als deze. Wij sporen je liever aan om zelf te ondervinden hoe mooi tekst en tekeningen samengaan, hoezeer de personages je weten te intrigeren en vooral, om zelf uit te zoeken waar dat skeletje van de taxichauffeur écht vandaan komt.