Boiscommun & Runberg, 'Het Rijk'

Ambitieus, mooi en intrigerend, maar net niet geweldig. Ziedaar het eerste deel van de nieuwe reeks 'Het rijk'.

Eigenlijk willen we hier niet al te veel woorden aan vuil maken. Niet omdat de strip een lange uitleg niet waard is, maar omdat dit ontzettend hard voor zichzelf spreekt. Het is wat het is: ruim voldoende en zonder meer het ontdekken waard.

Het verhaal geven we je wel mee. Of misschien beter: de setting. 'Het rijk' speelt zich af in de toekomst. De wereld zoals we die kennen, bestaat niet meer. Van mensen is er geen spoor, enkel de dieren leven nog. Doch, ook zij zijn anders: groter, sprekend, gekleed, wapens en ander materiaal hanterend. Mens dus. Mickey Mouse in de post-apocalyps.

Deze dieren – in al hun humaniteit – ondernemen een reis, richting een tempel. Waar dat heiligdom exact gelegen is, weten we nog niet. Wat wel duidelijk is, is de drang van de nieuwe wereldbevolking om er naar af te zakken. Om door offers nieuwe rampsoed af te wenden. In grote getalen trekt men richting de tempel – rivieren overspoeld door bootjes, de wegen onbereidbaar door een surplus aan voertuigen.

Onder deze bedevaarders bevindt zich een familie: van rijke komaf, arrogant en een vogel voor de kat. Uiteraard worden ze onderweg aangevallen. Hun bodyguards blijken te dom om te vechten, hun leven hangt aan een zijden draad. Gelukkig duiken in het heetst van de strijd drie huurlingen op – als uit het niets. Een witte tijger met hoge hoed, een wulpse jonge kattendame en een stoere ram. Ze redden wat te redden valt en vergezellen de familie voor de rest van de tocht.

Dit eerste deel barst van de ambitie. Het verhaal is episch – de massa aan dieren/bedevaarders, hoe ze er uit zien, de drukte en de chaos, alles plakt op het papier. De opzet, ecologisch gemotiveerd, verwijzend naar voorbije tijden, verbergt een diepere agenda. De tekeningen zijn meer dan verzorgd. De dieren hebben hun eigen karakter. Ze bewegen, zeker tijdens de actiescènes, ontzettend vlot – zij het iets te stereotiep.

De makers hebben een doel – dat is duidelijk – en duwen hun verhaal in die mysterieuze, intrigerende richting. Hoe ze het verhaal midden in de actie laten beginnen, zonder overbodige uitleg, is te bewonderen. Als ook de keuze voor dood en vernieling. De feiten zijn hard, nergens omfloerst.

Doch, volledig af is dit niet. Ondanks alle ambitie zindert de strip niet voldoende na.

Hoewel mooi – bijna 'Blacksad'-waardig – zijn de tekeningen niet perfect genoeg. Ze zijn te licht voor dit verhaal, letterlijk. De kleuren en lijnen zijn te zacht, bijna pastel. Op zich niets mis mee, en misschien moeten we er gewoon nog aan wennen, maar zacht groen is niet de kleur die we met de post-apocalyps associëren. Liefllijk, dat is het woord. Te 'Wind in de wilgen'. Een vreemd palet voor een hard verhaal. Alsof een lichte bries de stank van een claustrofobische nieuwe wereld wegvaagt.

Dit eerste deel is simpelweg goed. We hebben het graag gelezen, en het vervolg kan niet snel genoeg komen. Een absoluut meesterwerk is het niet, maar is dat echt zo erg? Met een gezonde en aanstelijke ambitie kom je al een heel eind.

 

 

Details Strips
scenario: Runberg
Tekeningen & Inkleuring: Boiscommun
Uitgeverij: Le Lombard
Jaar:
2017
Aantal pagina's:
56