Bob den Uyl, 'Morgen als de zon schijnt'

Een fietsende pechvogel

Wie zijn verhalen leest, ontkomt niet aan de indruk dat Bob den Uyl (1930-1992) voortdurend met de fiets of het openbaar vervoer van het ene pension naar het andere onderweg was. Alvast goed voor een verzameling verhalen met een stevige dosis humor.

Bob den Uyl is zonder meer een zeldzame vogel in de volière van de Nederlandse literatuur. Een auteur wiens verhalen - met de absurditeit van het leven en zijn onvolkomenheden als vaste ingrediënten - een (glim)lach bij de lezer veroorzaken. 

Hoe hij over een verhaal denkt? Het staat te lezen in 'Het rechtzetten van een misvatting', waarin hij verklapt dat hij er jarenlang van overtuigd was dat er in een verhaal iets wezenlijks dient te gebeuren. Het tegendeel is waar. 'Op niet nader te omschrijven wijze is me geopenbaard dat dit een misvatting is. Er gebeurt al genoeg. Dus eigenlijk ook weer niets.'

En ja, bovendien loopt hier alles ook nog verkeerd af. Met de trein aangekomen in Keulen is er al een probleem als zijn fiets moet worden uitgeladen. Het is de start van een fietstocht vol miserie: spaak uit het wiel, loszittende pedalen en versleten remblokken.

Of de lezer het goed heeft gelezen? Het zal den Uyl worst wezen, het antwoord vindt hij in  'De schrijver als vraagbaak': 'Op de vraag wat ik met een bepaald verhaal bedoeld mag hebben, schrijf ik altijd terug dat het polyinterpretabel is.'

Minder technische calamiteiten overkomen hem in 'In 't groene dal' waar hij van Oudenaarde naar Ronse fietst. Het levert een treffend beeld op van hoe een Nederlander naar de Vlaamse Ardennen kijkt. Oudenaarde is geen meevaller. Hij vindt de bewoners wantrouwig, schichtig, gesloten, onverstaanbaar, om te concluderen: 'België is een geweldig leuk land dat ik iedereen kan aanraden, maar je moet in een goede stemming zijn en alles op een afstand kunnen houden.'

Rest na deze en andere verhalen de vraag of Bob den Uyl een reisboekenschrijver is genre Carolijn Visser, Michael Palin en waarom ook niet Cees Nooteboom. Het antwoord is een volmondig neen. Hier is een reizende pechvogel aan het woord, iemand die maar geen grip krijgt op alles wat op hem afkomt. Het lijstje is lang: verkeerde treinen, ruzie met loketbedienden, een pension met lekkende kranen of het niet vinden van het reisdoel dat hij voor ogen had.

Met andere woorden: dolle pret met deze schrijvende klojo - naar wie door de VPRO terecht een jaarlijkse prijs voor het beste Nederlandse reisboek in het leven werd geroepen - die zich van een schitterende schrijfstijl weet te bedienen. Bob den Uyl lees je in de eerste plaats omwille van zijn ongekunstelde humor: slapstick van het zuiverste soort.

Details Non-fictie
Uitgeverij: Thomas Rap
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
331