Bertram Koeleman, 'De huisvriend'

Stormenderhand veroverd!

Een debuut, dat is altijd afwachten. Dat was bij ‘De huisvriend’ niet anders. Lang heeft dat wachten echter niet geduurd. Vanaf de eerste bladzijde, meteen na het lezen van de openingsalinea wisten we: dit wordt een geweldig boek. Meeslepend, intrigerend en bijzonder taalvaardig geschreven. Excuses voor de opbouw van deze recensie, maar dat moesten we gewoon al even kwijt.

Bertram Koeleman (1979) studeerde Engelse taal- en letterkunde. Na een tussenstop bij een boekhandel in Heemskerk, werd hij aangeworven bij H. de Vries Boeken. Een wonder, zo beweert hij zelf: ‘Ik wist niks van het boekenvak.’ Ook van schrijven had hij geen kaas gegeten, tenminste als we zijn uitlatingen over de verhalen die hij tijdens zijn studies neerpende, mogen geloven. Koeleman had het twee keer mis, zo blijkt. Tien jaar later werkt hij nog steeds bij de Vries, als in- en verkoper op de afdeling Literatuur en Kunst. En ook zijn eerste roman is een schot in de roos.

Jonas Balsam is beheerder van het landgoed Storm Lake. Hij verbergt er al bijna twintig jaar de extreem mensenschuwe Benjamin Krendler. Het is Balsams job de man die hij ooit ontmoette toen hij diens maaltijden leverde, van de buitenwereld af te schermen en hem, als een bijzonder toegewijde butler, op zijn wenken te bedienen. Eén keer per week komt de huisvriend langs om Benjamin colleges aan huis te geven. Het hoeft geen betoog dat deze Robert Fineman, emeritus hoogleraar, het begin is van een reeks ontregelende gebeurtenissen. Balsam ziet de precaire constructie die het gestructureerde, kunstmatige leven op Storm Lake geworden is, geleidelijk aan instorten. Simultaan met de komst van Fineman vertonen zich de eerste barsten in de relatie tussen Balsam en Krendler. ‘In dit geval moest ik de huisvriend zelfs verdedigen, hoezeer dat ook tegen mijn principes in ging … Maar die middag leek de grens van mijn mededogen bereikt.’

Het loopt verkeerd af, en dat is alles wat we van de plot verklappen. Wel willen we het hebben over Koelemans elegante taal. Over rake uitdrukkingen als 'tl-licht dat onzeker hikten 'de indian summer die een laatste open doekje haalt'. Het doet ons haast vanzelf denken aan het Engels uit zijn studies en de manier waarop dat prachtige idioom in zijn Nederlands doorschemert.

Nog zo’n voltreffer zijn de fascinerende hoofdstukken. Telkens slaagt de auteur erin ze te laten uitmonden in mini-cliffhangers. Laatste zinnen die uitnodigen verder te lezen. Dat is verre van de enige reden waarom we ‘De huisvriend’ maar moeilijk terzijde konden leggen. De vraag waarom iemand als Balsam, een kerel van goeden huize die ooit zijn toekomst geplaveid zag in het familiebedrijf, zijn leven heeft opgeofferd om te voorkomen dat Benjamins geheime bestaan wordt prijsgegeven, blijft boeien. Of zoals Jonas het zelf zegt: ‘M’n leven als constante voorstelling.’

Dit wordt een maximumscore, denk je nu waarschijnlijk. Daarvan waren we zelf ook lang overtuigd, tot … Koeleman ons op het einde een beetje verliest. In volle ontknoping bleven we met een essentiële vraag zitten: wat gebeurt er met twee spilfiguren uit het verhaal? De hele roman door slaagt de auteur erin de gebeurtenissen vroeger en nu helder af te wisselen. Zijn spel met de tijd deed ons zelfs even denken aan Baricco’s huzarenstukje in Driemaal bij dageraad’. Helaas lijkt Koeleman net dan de regie uit handen te geven.

Om uit te groeien tot een Baricco zal de Nederlander nog veel boterhammen moeten eten. Lees, nog veel boeken schrijven. Maar, met zo’n ijzersterke eersteling, kijken we daar nu al naar uit!

Details Fictie
Uitgeverij: Atlas Contact
Jaar:
2013
Aantal pagina's:
252