Benjamin Barber, 'Als burgemeesters zouden regeren. Haperende staten, opkomende steden'

Geen preken houden maar riolen bouwen

Burgemeester Daniël Termont van Gent heeft het al meermaals gezegd: een mandaat in de nationale politiek interesseert hem niet. En ministers Paul Magnette en Vincent Van Quickenborne stapten zonder aarzelen uit de regering om burgervader van hun stad te worden.

Burgemeester: vroeger een job voor tweederangspolitici, nu steeds meer een topfunctie. Benjamin Barber, auteur van talloze boeken, en voormalig adviseur van Bill Clinton, ziet het overal ter wereld gebeuren. De nationale structuren werken niet meer, in de steden ligt de echte macht; dat is het uitgangspunt van zijn veelbesproken boek 'Als burgemeesters zouden regeren. Haperende staten, opkomende steden'.

Nationale staten zijn nuttig geweest om vrijheid en democratie te verspreiden, maar botsen vandaag op hun limieten. Ze zijn te klein om het hoofd te bieden aan mondiale problemen, en te groot en log om nog echt democratisch te werken. En net omdat ze onafhankelijk zijn, kunnen staten ook niet samenwerken, want internationale afspraken tasten die onafhankelijkheid aan. Amerikanen schermen met the American way of life om geen bindende klimaatafspraken te moeten maken. Dichterbij huis waarschuwen eurosceptici voor te veel Europese inmenging in nationale begrotingen.

De stad is volgens Barber de toekomst. Steden kunnen het zich niet veroorloven problemen te laten aanslepen. Het vuilnis moet opgehaald worden, de bussen moeten rijden, de straten moeten er schoon bijliggen. Steden voelen ook sneller de gevolgen van mondiale problemen als klimaatopwarming of terrorisme ("Op een boerderij is nog nooit een zelfmoordaanslag gepleegd"), dus moeten ze wel samenwerken.

Dat alles maakt dat burgemeesters ideologie inruilen voor een pragmatische aanpak. Boris Johnson van Londen, een Tory, neemt niet altijd de meest conservatieve maatregelen. En ex-burgemeester Michael Bloomberg van New York zat eerst bij de Democraten, verhuisde dan naar de Republikeinen, en kwam uiteindelijk als onafhankelijke op. Burgemeesters handelen dus niet volgens partijdogma’s, maar doen wat nodig is. Zo heeft Barber het over burgemeester Teddy Kollek van Jeruzalem, die de eeuwig kibbelende joden, moslims en christenen in zijn stad uitlegde dat hij niet geïnteresseerd was in hun preken, enkel in het repareren van de riolering.

Barber ziet daarom heil in een mondiaal burgemeestersparlement. De burgemeesters zouden elke paar maanden samenkomen en niet-hiërarchische, meestal niet-bindende beslissingen nemen, gebaseerd op elkaars good practices. “Een gerealiseerd informeel bestuur is beter dan een formeel bestuur dat in de lucht blijft hangen”, schrijft hij.

Barber is een overtuigende advocaat voor zijn zaak, maar zijn vurige pleidooi roept toch vragen op. Zullen vrijwillige engagementen van steden veel zoden aan de dijk brengen? En zullen ook burgemeesters geen ideologische recepten moeten toepassen als ze de bevoegdheid krijgen over zaken als rekeningrijden, onderwijs, zwartwerk, migratie en reglementering van banken?

Barber is ook niet blind voor de gebreken van de stad. In de minst ontwikkelde landen woont maar liefst 78 procent van de stadsbewoners in sloppenwijken, en ook bij ons is de ongelijkheid in steden groot. Hij kan daar niet veel tegenover zetten, behalve een geloof in innovatie en een tolerantere kijk op krakers, zwarte economie en corruptie.

Wonen we binnen enkele decennia opnieuw in stadstaten? Barber stimuleert in elk geval de verbeelding met zijn radicaal nieuw systeem. Zijn boek is naar eigen zeggen geen pleidooi, maar nu al een politieke realiteit. Als hij gelijk heeft, dan is er reden tot optimisme.

Details Non-fictie
Originele titel:
If Mayors Ruled the World. Dysfunctional Nations, Rising Cities.
Auteur: Benjamin Barber
Uitgeverij: Nieuw Amsterdam
Jaar:
2013
Aantal pagina's:
480