Bart Meuleman, 'De donkere kant van de zon'

Huisdierengeluiden

Na de lectuur van 'De donkere kant van de zon' kunnen we, vanuit tegengestelde perspectieven, een dubbele conclusie maken over onze lieve helden van de westerse popgeschiedenis. Onze eerste conclusie is even zwartgallig en pessimistisch over de menselijke creativiteit als ze onvermijdelijk is. Hier komt ze: als je iets van waarde wilt maken in de pop moet je een beetje zielig zijn. Zo?

De voorbeelden van popiconen die deze stelling kunnen ondersteunen zijn legio. Enkele ervan worden in het boek van Meuleman ook besproken. We kunnen het dan hebben over Dusty Springfield, de heldin van Motown. Zij smachtte bijna pathetisch naar aandacht, paradoxaal gezien niet van de mannen die ze als grote afwezige bezong, maar van de vrouwen die ze begeerde in een tijd waarin dat niet kon. Een tragische diva. We hebben Brian Wilson die zich, ziek van de mensheid en dol van de neuroses, in zijn slaapkamer opsluit en vreet tot hij 150 kilogram weegt. Of wat te denken van de aandachtszieke Bowie, de arrogante en onredelijke Lou Reed, de zelfmedelijdende Morissey of de gewoonweg gekwelde Ian Curtis van Joy Division?

De tweede, en veel optimistischere, conclusie is dat er temidden van al die disfunctionaliteit, in dat woud van tranen (een clicheetje kan er wel eens af als we over pop spreken), iets als het menselijke genie ontstaat. Het genie manifesteert zich op het moment dat het oude verstart en zijn waarde verliest, met alle drama's die daarmee gepaard gaan. Dylan geeft de folk op en gaat elektrische muziek maken, waarop een meute woedende folkfans hem het liefst zou lynchen. In het zonnige Californië weigerden de Beach Boys intussen te aanvaarden dat de rock-'n-roll dood was en gingen ze halsstarrig door met het maken van hun gedateerde platen. De artistieke kameleon Bowie zag daartegenover goed in wat er nodig was om in de mode te blijven en hij ging mee met alle evoluties en rages, op zijn eigen onnavolgbare wijze. Maar vroeg of laat moet elke popmuzikant het succes gedag zeggen en inzien dat hij een gedateerd gegeven is geworden, een dinosaurus. Zelfs Bowie ontsnapt niet aan die ijzeren wet. Kunnen we dan volstaan met de platitude dat oude helden sterven om plaats te maken voor het nieuwe aanstormende jongere geweld?

We kunnen wellicht iets dieper graven. Bart Meuleman, virtuoos met woorden en ondanks zijn eruditie altijd beknopt en nooit pompeus verwoordt het zo: 'Het belangrijkste artistieke credo van onze tijd gaat over de vorm.' Dat lijkt de kern te benaderen. De inhoud van de liedjes van de moderne barden is altijd bijkomstig geweest. De seksuele bevrijding en de uitbreiding van de vrije meningsuiting hebben ertoe geleid dat men zich minder door symbolen en metaforen zou gaan uitdrukken maar het wezenlijke verschil tussen de muziek van de sixties en de jaren tachtig zit hem toch vooral in hoe de boodschap wordt voortgebracht. Of Ian Curtis nu zong over een meisje met epilepsie zoals in 'She Lost control' of over een wandelende ananas die graag pinda's eet, het zou eigenlijk niet zoveel uitgemaakt hebben, zolang hun sound maar duister, ziekelijk en onaards bleef klinken was het voor de fans allemaal toppiedorrie.

Het cynische van de moderne popmuziek is dat de massa geen snikkel geeft om teksten, hoe moraalridders ook het omgekeerde mogen denken. Het is de verdienste van Bart Meuleman dat hij dat gegeven in een aantal zeer leesbare en aangenaam geschreven essays casuïstisch illustreert. De enkele kritische geest die deze recensie leest, mag zichzelf daarvan overtuigen door het boek te lezen.

Details Non-fictie
Auteur: Bart Meuleman
Uitgever: Querido
Jaar:
2009
Aantal pagina's:
218