Bart Koubaa, 'Ninja Nero'

Langgerekte redenaarskunsten

Bart Koubaa schreef met ‘Ninja Nero’ een boek dat het genre roman overstijgt. De dood, de liefde, de eenzaamheid, de absurditeit van het denken, het zijn, het niet-zijn, alles wordt uitvoerig beschreven. Het begint als een verhaal, maar uiteindelijk wordt het meer dan dat.

De flaptekst doet vermoeden dat het boek gaat over een mishandeld jongetje dat troost zoekt bij de Grieken en de Romeinen. Het lijkt erop dat we zullen worden meegezogen in een eenzame wereld van fysieke en mentale pijn, verstoorde ouder-kindrelaties en de uiteindelijke weg naar succes, het pad naar de overwinning.

Alles begint met Jona Van Rein, een ongemakkelijke puber die alleen opgroeit bij zijn vader. Hij wordt met de regelmaat van de klok afgeranseld, vermoedelijk omdat de vader het nooit heeft kunnen verkroppen dat zijn vrouw het is afgetrapt naar Amerika. Jona moet het verlies ontgelden met rake klappen. We krijgen al snel medelijden met het jonge kind, dat zijn heil zoekt bij het Vrijheidsbeeld en genoeglijk onder de rokken van de juf biologie kruipt. Uit mentale noodzaak doet hij zijn ouderlijk huis in lichterlaaie opgaan en zichzelf erbij.

De eerste honderd pagina’s zijn beklijvend en huiveringwekkend. We kruipen in Jona’s gedachtegang, voelen mee met hem wanneer hij herstelt van zijn brandwonden, huilen mee met hem wanneer hij cassettes van zijn moeder beluistert. De woorden zijn raak, hét raakt ons. Het kruipt in onze kleren, het nestelt zich in onze huid. Het boek wegleggen, wordt moeilijk.

Dan stopt het. Naarmate het verhaal vordert, wordt de nood aan adempauzes groter, maar de uitwegen zijn steeds minder talrijk. De ingewikkelde en uiterst gevoelige verhaallijnen worden in alle brutaliteit afgestompt. Jona wordt een heuse poeta doctus die iedereen omver blaast met zijn redenaarskunsten. Hij beëindigt de middelbare school met glans, doet zijn legerdienst, studeert af als jurist, doet mee aan de Olympische Spelen en dat is dat.

Het verhaal zelf gaat razendsnel, springt van hot naar her en laat geen ruimte voor de tedere gevoeligheid van de eerste penstreken. Het tekstuele aspect leest dan weer als één langgerekte Latijnse vertaling. Het lijkt alsof zinnen worden geconstrueerd na ontledingen van ablatieven en nominatieven. De woorden voelen even oud aan als de zo gegeerde Grieken en Romeinen die met graagte de hoofdrol spelen.

Jona is een vreemd figuur. Bewonderenswaardig omwille van het je-m’en-foutisme waarmee hij zijn masker draagt, iets wat doet terugdenken aan Shakespeare’s 'What’s in a name'. Het leert ons dat zelfvertrouwen van binnenuit komt en dat het niets te maken heeft met uiterlijk vertoon. Anderzijds lijkt hij op sommige momenten gek te worden en drijven zijn vreemde gedachtesprongen ons echt te ver.

Met ‘Ninja Nero’ schreef Bart Koubaa een boek waarin de balans tussen oud en nieuw zoek is. Het gebrek aan dialogen doet de betrokkenheid gaandeweg zoek raken. Met dezelfde onverschilligheid waarmee de finish van Jona op de Olympische Spelen beschreven wordt, klapten we het boek uiteindelijk dicht.

Details Fictie
Ninja Nero
Auteur : Bart Koubaa
Uitgeverij : Em. Querido's Uitgeverij BV
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
294