Arundhati Roy, 'Het Ministerie van Opperst Geluk'

Een mislukte comeback

Grote consternatie op onze redactie toen Mark Uytterhoeven zich, na een veel te vroeg ingezet schermpensioen, onlangs weer op de buis manifesteerde als vervanger van Otto-Jan Ham bij “De Ideale Wereld”. Het ideale moment om ook zelf weer op de proppen te komen met een recensie. Niet dat wij ons durven vergelijken met de televisiegrootheid uit Mechelen, maar wel omdat met Arundhati Roy ook een veelgeprezen schrijfster haar langverwachte comeback gemaakt heeft.

Zo'n twintig jaar geleden maakte Roy furore met haar debuutroman “De God van Kleine Dingen”. Deze semibiografische roman, waarin een op jonge leeftijd van elkaar vervreemd geraakte tweeling elkaar terugziet en terugblikt op de voorbije jaren, was controversieel in India. Roy leverde immers onder meer kritiek op het kastensysteem, wat in India nog steeds erg gevoelig ligt. Internationaal werd het boek evenwel lovend ontvangen en Roy werd zelfs laureate van de Booker Prize.

Haar zodoende verworven bekendheid betekende voor Roy een springplank. Ze wilde niet langer enkel aan de kant staan en kritiek leveren, maar ging als politiek activiste ook echt een bijdrage leveren aan de totstandkoming van een betere wereld. Ze richtte haar pijlen op het kapitalisme, op de rol van de Verenigde Staten in Afghanistan, op het nucleaire programma en op de kap van het tropisch regenwoud. Met zo een drukke agenda mag het geen wonder heten dat Roy niet meer aan het schrijven van romans toekwam. Nu pas, twintig jaar na haar eerste worp, heeft Roy een opvolger klaar.

Dat wil echter niet zeggen dat de activiste in Roy dood en begraven is. Dat merken we vanaf de eerste pagina’s van “Het Ministerie van Opperst Geluk”. Het voorwoord alleen al is een aanklacht tegen het mislukte milieubeleid en de onverschilligheid hierover. Verderop worden ook het kastesysteem, de manier waarop transgenders moeten zien te overleven en het kapitalisme stevig op de korrel genomen. Heel India heeft immers de verkeerde weg gekozen.

Roy kritiseert er dus op los. Helaas vergeet ze daarbij dat een roman niet op politieke overtuiging alleen drijft en dat er ook nog een verhaal verteld moet worden. De roman begint veelbelovend met het verhaal van Anjum, een hijra die geboren is met mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen. Zij vindt duidelijk haar draai niet in de conservatieve Indische maatschappij en komt terecht in het Khwabgah, een toevluchtsoord voor mensen zoals zij. Vele jaren later voelt ze zich ook hier niet meer thuis en moet ze noodgedwongen haar intrek nemen op de gemeentebegraafplaats.

Daarna zijn we echter het spoor bijster geraakt tussen de enorme hoeveelheid in meer of vooral mindere mate belangrijke personages uit het boek. Tilo, die in Kasjmir door de oorlog getekend is, had ons misschien nog wel kunnen boeien als ze niet bedolven was geraakt onder de verhaallijnen. Daarnaast wordt je als lezer ook geconfronteerd met de nodige structurele moeilijkheden. Het is af en toe goed om je lezer uit te dagen, maar hem pagina’s lang weigeren te vertellen wie die “ik” is waarover ineens sprake is, is ons toch van het goede te veel. Ook de door Tilo opgetekende onzin uit de mond van haar moeder of de getuigenverslagen uit een oude rechtszaak lijken ons de zaak nodeloos te compliceren. Een en ander zorgt ervoor dat we ons echt naar het einde toe moesten slepen.

We loven Roy weliswaar om haar nooit aflatende engagement, maar waren toch niet wild van haar nieuwe roman. Tijd heelt echter alle wonden en mogelijk geven we haar binnen twintig jaar weer een nieuwe kans.

Details Fictie
Arundhati Roy, 'Het Ministerie van Opperst Geluk'
Originele titel:
The Ministry of Utmost Happiness
Auteur: Arundhati Roy
Uitgeverij: Prometheus
Jaar:
2017
Aantal pagina's:
422