Arthur Rimbaud, 'Gedichten. Een seizoen in de hel. Illuminations'

'Sonnet van de reet' en ander moois

Sterven op je zevenendertigste en ondertussen de wereld van de poëzie danig op zijn grondvesten hebben doen schudden: weinigen doen het Arthur Rimbaud na. Nog merkwaardiger is echter dat de in 1854 geboren dichter vóór de leeftijd van twintig zijn laatste gedichten optekende. Daarna hield hij zijn literaire carrière voor gezien en zocht hij avontuur in het buitenland, voornamelijk als handelaar. De ruim 150 pagina's poëzie die onlangs opnieuw in een bundel verschenen, ontstonden dus integraal in een periode van vijf tienerjaren.

Al op zijn vijftiende gaf het wispelturige karakter dat Arthur Rimbaud was, blijk van een verlangen om meer te doen dan alleen de traditie te volgen. Nochtans zijn die vroegste gedichten, zoals vertaler Paul Claes in het nawoord meegeeft, enigszins schatplichtig aan wat voorgangers deden. Vrij snel zoekt Rimbaud echter de parodie op, schopt hij allerhande burgerlijke instanties tegen de schenen en treedt hij literaire wetten met de voeten. In een mum van tijd ontwikkelt dit wonderkind zich tot iemand in wiens universum als het ware alleen de totale chaos als een natuurwet wordt aanvaard. Een chronologische bundeling als deze maakt die evolutie richting een steeds ingrijpender 'verdichting' uitstekend volgbaar – hoewel waarschijnlijk elke lezer gedoemd is het spoor bijster te raken bij de hermetiek van de 'Illuminations'.

Inderdaad ging Arthur Rimbaud steeds verder in het willen hervormen van de poëzie. Zijn beroemde citaat 'Je est un autre' betekent dat de dichter als een 'ziener' zijn eigen zintuiglijke ervaringen bewust moet verstoren (aan de hand van drugs, seks, e.a.), om die extreme en bevreemdende extases op papier te kunnen zetten. Het dichten is dan niet langer een uiting van het 'ik', maar van een latent ego dat het 'ik' initieel nog niet kent. Heel concreet wordt die theorie echter niet in Rimbauds bekendste werken, met name 'Une saison en enfer' en 'Illuminations'. Eerstgenoemde beschrijft in negen delen een levenscrisis, laatstgenoemde is nog altijd voer voor speculatie, hoewel Claes de lezer in het nawoord op weg zet richting een zinnige interpretatie.

Voordelen van deze mooie uitgave zijn de chronologie en het nawoord, dat een vrijblijvende richtingaanwijzer is zonder de lezer te veel te willen sturen. Anderzijds heeft Rimbaud baat bij extra uitleg, die men dus elders moet zoeken. Daarnaast is deze editie niet tweetalig, waardoor men vrede moet nemen met hoe Claes bijvoorbeeld Frans rijm naar Nederlands rijm omzet. De eminente vertaler doet dat uitstekend, maar het verlangen naar het origineel blijft aanwezig, te meer omdat Claes zich bijna continu van een erudiet vocabulaire bedient waarbij men zich eigenlijk geen Frans kan voorstellen.

Kortom, de meer omvangrijke paperback die dezelfde uitgeverij ongeveer vijf jaar geleden op de markt bracht zal liefhebbers misschien meer bekoren. Desalniettemin kan dit een ongedwongen opstap zijn om meer van Rimbaud te ontdekken. Het obscene, de maatschappelijke positie, de altijd aanwezige existentiële problematiek, de durf en de vindingrijkheid: ook Rilke had woorden van lof over voor wat Rimbaud voor de poëzie heeft betekend. ‘Eén keer met onstuimig hart aan de taal wrikken, om die voor één ogenblik goddelijk onbruikbaar te maken – en dan weggaan, niet terugblikken, koopman worden.’ Inderdaad is deze hardcover ter hand nemen even loskomen van het aardse en je midden in een taalkundige storm wanen. Vrije val in het land van de letteren; lang niet voor iedereen, maar hoe dan ook het proeven waard.

Details Poëzie
Vulgair en obsceen, of poëzie die de taal ten volle zichzelf laat zijn?
Uitgeverij: Uitgeverij Athenaeum - Polak & Van Gennep
Jaar:
2012
Aantal pagina's:
191