Arthur Japin, 'Kolja'

From Russia about love

Wat Isaac Asimov was voor sciencefiction en Agatha Christie voor de detectiveroman, is Arthur Japin – althans in het Nederlands taalgebied – voor de historische roman. Met romans als ‘De zwarte met het witte hart’, ‘Een schitterend gebrek’, ‘De overgave’ en ‘De gevleugelde’ bewees de 61-jarige Haarlemmer dit genre in de vingers te hebben. Toch gaat het te ver om te beweren dat Japin een one-trick pony is, al grijpt hij in zijn nieuwe roman opnieuw terug naar een episode uit de Russische cultuurgeschiedenis.

Dit trucje heeft Japin al eens uitgehaald, met name in het door ons graag gelezen ‘Vaslav’, waarin de schrijver zijn licht laat schijnen op het leven van de iconische balletdanser Vaslav Nijinsky. Ook in ‘Kolja’ neemt Japin ons mee naar de 19e-eeuwse Russische culturele wereld. Dit keer niet naar de wereld van de dans, maar naar die van de muziek. Het draait immers allemaal rond de componist van ‘Het zwanenmeer’ en ‘De notenkraker’, de grote Pjotr Iljitsj Tsjaikovski.

Niet dat Tsjaikovski de hoofdrol speelt. Eén verhaallijn speelt zich immers af in het jaar 1893, onmiddellijk na het overlijden van Petja, zoals hij liefkozend door zijn vrienden genoemd wordt. Een van die vrienden is Nikolaj Hermanovitsj Konradi, Kolja voor de vrienden. Wanneer deze in Sint-Petersburg arriveert, hoort hij van het overlijden van zijn oude vriend. Hij trekt meteen naar het huis van de Tsjaikovski's, waar hij niet bepaald hartelijk ontvangen wordt.

De reden voor deze openlijke animositeit wordt duidelijk gemaakt in een tweede verhaallijn, waarin het levensverhaal van Kolja verteld wordt. Kolja is doofstom geboren en zijn vermogende ouders zagen voor hem geen mogelijkheid tot een normaal leven. Enter Modest Tsjaikovski, die er door zijn broer toe wordt aangezet om een job als onderwijzer te aanvaarden. Modest voelt al snel een diepe genegenheid voor de kleine Kolja en slaagt er, dankzij de controversiële methode Hugentobler, in om Kolja te leren spreken en liplezen, zodat hij nagenoeg normaal kan functioneren in de maatschappij. Kolja is Modest hier erg dankbaar voor, maar wanneer hij opgroeit, heeft hij Modest steeds minder nodig als opvoeder en besluit hij Modests aanstelling eenzijdig te verbreken. Modest is hier erg kwaad over en wil Kolja daarom liever niet in huis hebben.

Kolja is echter een doorzetter en weet verschillende mensen uit te horen over Petja’s dood. Al snel blijkt de officiële versie van Tsjaikovski’s overlijden enkele stevige hiaten en raadsels te bevatten. Kolja zet alles op alles om de waarheid te achterhalen. Waarom besloot Tsjaikovski in het midden van een cholera-epidemie om ongekookt water te drinken? Waarom werd de lijfarts van de tsaar ingeschakeld voor een ziekte waarmee deze nog nooit in aanraking geweest was? En wat is de rol van Tsjaikovski’s oude studievrienden? Het zijn maar enkele van de raadsels rond de dood van de componist.

Met ‘Kolja’ schreef Arthur Japin opnieuw een erg vlotlezende roman. Japin schrijft misschien wel het mooiste Nederlandse proza van het moment, waardoor je ‘Kolja’ in één ruk kunt uitlezen. Als detectiveroman valt ‘Kolja’ evenwel net door de mand. Er worden te weinig nevenplots opgezet, zodat je je als lezer vrij snel een beeld kunt vormen van wat er gebeurd moet zijn.

Stilistisch is ‘Kolja’ dus weer een voltreffer, maar inhoudelijk valt het op vele momenten nochtans boeiende verhaal misschien net iets te licht uit. Meteen de reden waarom we Japin ‘slechts’ met vier sterren kunnen belonen.

Details Fictie
Arthur Japin, 'Kolja'
Auteur: Arthur Japin
Uitgeverij: De Arbeiderpers
Jaar:
2017
Aantal pagina's:
340