Arnon Grunberg en anderen, 'Pornografie in de Nederlandse literatuur'

Congresbundel met prikkelende onderzoeksresultaten

Wanneer wetenschappers een congres houden, dan worden hun bijdragen achteraf meestal in een tijdschrift of een boek gebundeld. Dergelijke publicatie wordt meestal verzorgd door hoogst gespecialiseerde uitgeverijen en verdwijnt daarna in de kasten van universiteitsbibliotheken. Maar wanneer een symposium over seks gaat, kunnen de onderzoeksresultaten blijkbaar op brede belangstelling rekenen. Dat is het geval met ‘Pornografie in de Nederlandse literatuur’. Het boek bundelt de bijdragen van verschillende literatuurwetenschappers en auteurs, die in de herfst van 2011 gepresenteerd werden op een gelijknamig symposium aan de Universiteit van Leiden.

Door gebrek aan origineel bronmateriaal is de wetenschappelijke kennis over pornografie in de Nederlandse letteren erg klein. Vele romans werden immers onder schuilnamen gepubliceerd. Uit vrees voor censuur namen uitgevers en boekhandelaars de werken ook niet op in hun catalogi en slechts weinig bibliotheken kochten dergelijke ‘vuilspuiterij’ aan voor hun collecties.

Ondanks de schaarste aan primaire bronnen hebben de wetenschappers toch enkele interessante onderzoeksresultaten kunnen formuleren. We hebben vooral onthouden dat 'pornografisch' materiaal vaak niet geschreven werd met de bedoeling om lezers op te winden. In de bewaard gebleven oudere teksten werd pornografie gebruikt om de clerus of de adelstand te bekritiseren. Echte literaire pornografie had vaak ook een erg humoristische functie. Voorts viel het enkele wetenschappers op dat in de afgelopen jaren de hoeveelheid literaire porno afnam, naarmate de toegangsmogelijkheden tot visuele pornografie zoals tijdschriften, dvd’s en het internet toenamen. Het lijkt erop dat vooral vrouwen anno 2012 de grootste consumenten van literaire pornografie zijn geworden. De recente hype rond de bestseller ‘Vijftig tinten grijs’ ondersteunt die hypothese.

Het is erg vreemd dat de boektitel en de naam van Arnon Grunberg even groot op de cover worden weergegeven. De bijdrage van de gevierde auteur is immers niet veel langer dan de vijftien andere artikels. In zijn essay brengt hij een verslag van verschillende interviews met Nederlandse pornoconsumenten en –producenten. Het luchtige essay heeft echter weinig te maken met pornografie in de Nederlandse letterkunde. De tekst heeft ongetwijfeld een literaire waarde maar de marketingtruc om Grunberg dan maar ineens auteur van het boek te maken doet afbreuk aan de erg interessante inzichten van specialisten als Jaap Goedegebuure, Marita Mathijsen en Kris Humbeek.

De congresbundel behandelt onbetreden wetenschappelijk terrein en biedt verschillende boeiende aanzetten tot verder onderzoek. Hoewel de bundel bedoeld is voor een breed publiek, blijft hij bij momenten onderhevig aan de beperkingen van het genre. De specialisten eisen een zekere voorkennis van hun lezers. De verzamelde teksten waren in eerste instantie vooral bedoeld om voorgedragen te worden. Jammer genoeg is het dan ook niet iedereen gelukt om zijn spreektekst naar een vlotte leestekst te vertalen. ‘Pornografie in de Nederlandse literatuur’ is desalniettemin een erg interessant boek dat er in slaagt om een breed publiek warm te maken voor de geschiedenis van prikkelende literatuur in ons taalgebied.

Details Non-fictie
Arnon Grunberg,'Pornografie in de Nederlandse literatuur'
auteur: Arnon Grunberg, en anderen
Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar
Jaar:
2012
Aantal pagina's:
299