Arnon Grunberg, 'De man zonder ziekte'

'The architect'

Op 19 januari 2010 doodt een Mossad-commando de Hamas-topman Mahmoud al-Mabhouh in Dubai. In ‘De man zonder ziekte’, de nieuwe roman van Arnon Grunberg, draait Samarendra Ambami op voor deze moord.

Samarendra is een Zwitserse architect van Indische herkomst. Hij verkiest trouwens de naam Sam omdat hij de mensen niet wil confronteren met zijn exotische afkomst, ‘want het exotische dat is meer iets voor op vakantie’. Zoals die uitspraak al doet vermoeden, is Sam een typisch Grunberg-personage: lichtautistisch en zeer gesteld op beleefdheid, al was het maar om niemand voor het hoofd te stoten. Al zijn scherpe kantjes heeft hij er zelf afgevijld. Zozeer zelfs dat de kern van zijn identiteit bepaald wordt door de hoedanigheid van zijn zus. Zij heeft een ernstige spieraandoening wat hem ‘De man zonder ziekte' maakt.

‘De man zonder ziekte’ is een man zonder eigenschappen.  De verwijzing naar de klassieker van Robert Mussil ligt er vingerdik op, maar toch doet deze roman vooral aan ‘Het proces’ van Kafka denken. Wanneer Sam de opdracht krijgt om het operagebouw van Bagdad te ontwerpen, trekt hij naar Irak. De Irakezen zitten echter niet te wachten op alweer een westerling die het hen allemaal komt vertellen. Na een bevreemde trip wordt hij verdacht van spionage en belandt hij in een cel waar hij gemarteld wordt. In deze wrange scènes weet Grunberg je met zijn hyperrationele kijk te overtuigen van de intimiteit tussen dader en slachtoffer.

Op het laatste ogenblik wordt Sam bevrijd, maar een tijdje later krijgt hij opnieuw een opdracht uit het Midden-Oosten. Hij gaat de Nationale Bibliotheek in Dubai bouwen. Sams moeder protesteert, maar hij weet haar te overtuigen: ‘De Emiraten is vooral een kapitalistisch en niet zozeer een streng islamitisch land. Een plek waar geld de meeste problemen kan oplossen … Als geld problemen kan oplossen, zal het daar wel veilig zijn.’ In ‘Huid en haar’ werd het domein van de liefde door het marktprincipe gekolonialiseerd, in ‘De man zonder ziekte’ lijken veiligheid en rechtvaardigheid hetzelfde lot beschoren. Grunbergs levensvisie maakt je opstandig, maar beargumenteren dat hij ongelijk heeft, is nu ook weer niet zo eenvoudig

Toch loopt het fout. Wanneer Sam in Dubai met alcohol in de wagen wordt tegengehouden, vliegt hij opnieuw de cel in. Hij wordt urenlang ondervraagd en na een tijdje blijkt dat hij verdacht wordt van de moord op Mahmoud al-Mabhouh. Hij ontkent, maar als lezer begin je te twijfelen. De link met ’De donkere kamer van Damocles’ is gauw gelegd. Heeft Grunberg iets achtergehouden? Je moet al verdomd goed lezen vooraleer je snapt hoe de vork in de steel zit.

‘De man zonder ziekte’ telt slechts een dikke 200 pagina’s. Grunberg heeft zich zowel qua stijl als qua verhaallijnen tot de essentie beperkt, maar toch is dit een ronduit schrikbarend rijke roman. Naast de relatie tussen het Westen en het Midden-Oosten gaat dit boek over veiligheid, architectuur en natuurlijk ook over de liefde en dat steeds in Grunbergs onderkoelde stijl. Niet voor niets beweert Sam dat ‘het woord de liefde doodt’. Het is trouwens opvallend hoe dit boek weer perfect past in het zeer coherente oeuvre van de nog steeds maar 41-jarige schrijver.

Het feit dat in ‘De man zonder ziekte’ alle ballast overboord gegooid is, heeft misschien ook een nadeel. Sommigen zullen deze roman daardoor misschien als een simpel en weinig geloofwaardig verhaaltje ervaren. Ten onrechte. Voor wie een beetje oplet, is dit Grunberg op de toppen van zijn kunnen.

Details Fictie
Auteur: Arnon Grunberg
Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar
Jaar:
2012
Aantal pagina's:
224