Antoon Vrints & Martin Schoups, 'De overlevenden'

Hoe oud-strijders voor erkenning vochten

Ruim vier jaar na de Eerste Wereldoorlog, waarin nagenoeg 40.000 Belgische soldaten sneuvelden, werd de rest van het leger - 360.000 man - huiswaarts gestuurd. Historici Schoups en Vrints brengen in 'De overlevenden: De Belgische oud-strijders tijdens het interbellum' het verhaal van hun terugkeer naar hun vooroorlogs bestaan. Een strijdlustige groep die zowel in de Belgische samenleving als op het politieke toneel voor heel wat beroering zorgde.

Al bij de aanvang onderstrepen beide auteurs dat de Belgische soldaten, na het einde van de oorlog, niet op eigen houtje hun intrede in het bevrijde land mochten doen. Het was de generale staf die de regie hiervan in handen nam en vooraf een gelukkige ontmoeting tussen leger en bevolking minutieus had voorbereid.

'Dit gold ook voor de buitenlandse troepen op het Belgische grondgebied. De Franse generaal Jean Degoutte benadrukte hoe belangrijk het was dat de Franse soldaten zich als 'bevrijders' zouden kunnen tonen aan de Belgische bevolking. Het risico bestond  anders dat de oorlogsbijdrage van het Franse leger onderschat zou worden.'

Opmerkelijk is het gegeven dat eenmaal de intrede van de soldaten voorbij is ze vooralsnog niet huiswaarts mogen keren. Pas nadat het Verdrag van Versailles was getekend werd het Belgische leger officieel gedemobiliseerd. De soldaten bleven nog onder de wapens, met als enige bedoeling de druk op Duitsland aan de onderhandelingstafel te vergroten.

Uiteraard wordt in het boek de nodige aandacht besteed aan koning Albert tijdens de oorlogsjaren. Heel wat, al dan niet fictieve, anekdotes over zijn rol aan het front hebben ongetwijfeld een belangrijk aandeel gehad in de mythevorming rond zijn persoonlijke cultus.

'In tegenstelling tot de Belgische regering in Le Havre zou het koningspaar de frontzone nooit verlaten. De koning vormde zo het morele spiegelbeeld van een embusqué.'

Het interessante aan deze publicatie is dat het duo Schoups en  Vrints de maatschappelijke gevolgen van de Eerste Wereldoorlog in een breed sociaal-economisch perspectief plaatst. Zo is er de ongunstige conjunctuur met een in 1919 grote werkloosheid -  zonder dat hierbij met de terugkomst van oud-strijders rekening werd gehouden - plus een nijpend tekort aan woningen. Dit alles veroorzaakt ongenoegen bij de bevolking die een grotere sociale rechtvaardigheid eist. Hierbij mag niet uit het oog worden verloren dat het gros van de oud-strijders uit het gewone volk afkomstig was. Toch zoeken ze geen aansluiting bij de arbeidersbeweging, vermoedelijk  omdat bij de socialisten de opbouw van algemeen sociale rechten primeerde op de strijd van een kleine minderheid voor haar specifieke rechten.

De bestorming van het parlement in juli 1920 zorgt in alle opzichten voor een keerpunt in de strijd van de oud-strijders voor meer rechtvaardigheid.

'Pas na de bestorming was de Belgische regering bereid te zwichten. (...) Het politieke succes van de oud-strijders was dus geenszins een 'gegeven', maar werd afgedwongen door henzelf.'

'De overlevenden: De Belgische oud-strijders tijdens het interbellum'  is een gedegen en gedetailleerde studie - de verschillen tussen de diverse oud-strijdersbonden worden haarfijn uitgelegd - over een periode uit de na-oorlogse geschiedenis die grotendeels onderbelicht is gebleven. Een boek dat na de recente herdenking van de Eerste Wereldoorlog grote aandacht verdient. 

Details Non-fictie
Uitgeverij: Polis
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
335