Anthony Gottlieb, 'De droom der Verlichting'

Rommel verwijderen

Nogal wat lui gebruiken het als joker tijdens een discussie over mens en maatschappij: de Verlichting. De vraag is: over welke Verlichting hebben we het dan? Iedereen is vertrouwd met de schoolse definitie: 'het uittreden uit een staat van een onmondigheid die de mens aan zichzelf te wijten heeft'. En waarschijnlijk kunnen we een paar denkers als Locke, Hume of Spinoza opdreunen. Maar verder? Verhouden we ons meestal niet tot de Verlichting als tot het Darwinisme? We wentelen ons graag in die ideeën, maar meestal raken we niet verder dan een paar namen en een karrenvracht gemeenplaatsen.

Rousseau? Idealiseerde de mens in zijn natuurtoestand. Hobbes? Dat was toch de man die beweerde dat het menselijk bestaan eenzaam, afstotelijk, beestachtig en kort was? Spinoza? Financierde zijn schrijven met het slijpen van lenzen.

Drie idées reçues waarmee Gottlieb komaf maakt in dit boek. Hij keert terug naar de bronteksten van de zeventiende eeuw, toont de onderlinge wisselwerking aan tussen filosofen en - misschien het belangrijkst - is niet bang om onrespectvol om te springen met de erfenissen van Leibniz, Descartes of Bayle. Hun gedachtengoed komt in veel gevallen nog steeds van pas in onze mentale gereedschapskist. Het kan geen kwaad om af en toe terug te fietsen in de tijd. Problemen van gisteren zijn vaak de problemen van vandaag.

Vorige week lazen we bijvoorbeeld een krantenartikel over robotica waarin het probleem van de 'vrije wil' alweer opdook. Locke: 'Het is even zinloos om te vragen of de wil van de mens vrij is, als om te vragen of zijn slaap snel is, of zijn deugdzaamheid vierkant: vrijheid is immers evenmin toepasbaar op de wil, als snelheid van beweging op slaap of meetkundige vorm op deugdzaamheid.'

Bepaalde traditionele vraagstukken zijn nu eenmaal schijnproblemen, omdat mensen onvoldoende nagaan hoe woorden aan hun betekenis komen.

Gottlieb heeft trouwens een goed oog voor hoe sommige redeneringen ad infinitum in het absurde worden doorgetrokken. Je kunt als mens van de eenentwintigste eeuw slechts ginnegappen wanneer je leest hoe Malebranche in 1675 cartesiaanse standpunten in een breder theologisch kader wou plaatsen. Wanneer de ene biljartbal de andere raakt, was volgens hem niet de stoot van de eerste bal de oorzaak van het in beweging komen van de tweede. Maar vormde die slechts de 'gelegenheid' voor God om hem op de een of andere wijze aan het rollen te brengen.

Ergens omschrijft Locke zich als een 'hulparbeider' die 'het terrein effent en wat van de rommel verwijdert die de weg naar kennis belemmert'. Rommel moet je blijven verwijderen, daar kan dit werk eventueel bij helpen.

Dit boek is de opvolger van 'De droom der rede' (over Griekse denkers). Binnen afzienbare tijd kunnen we het finale werk in deze reeks verwachten, dat van start zal gaan met Immanuel Kant. We kijken er naar uit.  

Details Non-fictie
Uitgeverij: Ambo/Anthos
Jaar:
2016
Aantal pagina's:
326