Annemarie de Gee, 'Kamermensen'

Gedurfd, maar overmoedig debuut

Drie volwassen broers die Twister spelen met hun moeder, een politiek leider die zich, nadat hij zijn laatste speech gaf, laat vermaken door drie Poolse hoertjes, twee geliefden die getrouwd zijn (maar niet met elkaar), een man en vrouw die stiekem hun kinderen binnensmokkelen omdat ze de kamer anders niet konden betalen: het is slechts een greep uit de figuren die Annemarie de Gee ten tonele brengt in haar debuutroman ‘Kamermensen’. De roman is een mozaïek van verhalen die zich afspelen in één bepaalde hotelkamer.

Alle verhalen uit ‘Kamermensen’ spelen zich namelijk af in kamer 104 van een niet nader bepaald hotel in een niet nader bepaalde stad. Binnen deze vier muren logeren allerlei mensen van zeer verschillende slag en er spelen zich soms ronduit absurde taferelen af. Zo is er de man die een vrouw verkracht met een pistool of een zieke vrouw die haar laatste feest geeft, inclusief liters alcohol, borsten en haar kleinkind. We laten het ons als lezer allemaal wat overvallen, want de verhalen die de Gee ons vertelt, houden niet altijd evenveel steek. Er zit soms een moraliserend tintje achter, bijvoorbeeld in het verhaal waarin een draagmoeder haar kinderen aan de lopende band verkoopt.  Op andere momenten is het dan weer gewoon een mooi klein verhaaltje : over de twee geliefden die elkaar in het hotel treffen. Dat terwijl het verhaal van de vrouw die constant van de ene kant van de kamer naar de andere hinkt ronduit bizar is.

‘Kamermensen’ toont ons de wereld zoals hij is, uitvergroot en tegelijk zich afspelend in één kleine ruimte. Het gebruik van deze ene ruimte vonden we aanvankelijk best wel een leuke vondst, al kwam het naarmate het boek vorderde hier en daar nogal geforceerd over. Twee geliefden die elkaar stiekem treffen in een hotelkamer, dat kunnen we best vatten, maar een feestje met veel mensen in een kleine hotelkamer, inclusief catering die werd voorzien? Het vraagt te veel van ons als lezer om hier nog in mee te kunnen gaan. De korte intermezzo’s waarin we lezen hoe het kamermeisje alle troep van de hotelgasten opruimt, brengen ons gelukkig weer met de voeten op de echte wereld. Ze geven ons houvast in de stroom aan rariteiten en rijgen de verhalen aan elkaar.

In ‘Kamermensen’ laat de Gee ons veel kanten van haar schrijftalent zien. Niet enkel qua thematiek verschillen de verhalen van elkaar, ook qua schrijfstijl vormen de verhalen allerminst een geheel. Over het algemeen is de schrijfstijl ons net iets te eenvoudig. De Gee schrijft de zaken neer zoals ze zijn, zonder al te veel poespas. Dat had volgens ons wel anders gekund, zoals ze ook bewijst in ‘Man alleen’: “Ik ben binnengekomen met een kromme rug en geen enkele tas, ik heb de modder uit mijn gezicht geveegd, twee flesjes Ierse whisky opgeslurpt, het asfalt uit mijn wangen gepeuterd, een zure smaak uit mijn mond gespuugd, mijn haren weer op mijn hoofd gebonden, door de slappe gordijnen naar de regen gekeken, de hechtingen weer aan elkaar geknoopt.”

‘Kamermensen’ is een gedurfd debuut, maar De Gee werd te overmoedig en wil ons iets te graag laten zien waartoe ze allemaal in staat is. We zouden het graag onder de noemer ‘veelbelovend’ klasseren, maar daarvoor wist het boek ons niet genoeg te raken. Daarom: goed geprobeerd, maar volgende keer beter?

 

 

 

Details Fictie
Auteur: Annemarie de Gee
Uitgeverij: Uitgeverij Atlas
Jaar:
2012
Aantal pagina's:
176