Anna Enquist, 'Want de avond'

Mooi vervolg op Kwartet

De (westerse) literaire canon heeft anno 2018 nog altijd last van het ‘white dead male’-syndroom. Iemand die noch dood, noch mannelijk is en toch (terecht) een plek binnen dat canon heeft verworven is Anna Enquist, oftewel Christa Widlund-Broer. Deze Amsterdamse dame publiceerde haar eerste proza in 1994, niet lang voor haar vijftigste verjaardag. Sindsdien heeft ze niet stilgezeten: zowel poëzie als proza rolden vlot uit haar pen.

In 2014 schreef ze ‘Kwartet’, over een muziekkwartet dat na jarenlang muziek en levens met elkaar gedeeld te hebben een traumatiserende gebeurtenis meemaakt en uit elkaar valt. ‘Want de avond’ is het vervolg hierop, maar kan volgens de flap goed onafhankelijk van ‘Kwartet’ gelezen worden. Dat is allicht ook zo, maar de verhaallijn die de lezer in het vorige boek meekrijgt, zorgt er toch echt voor dat ‘Want de avond’ met net iets meer context (en dientengevolge plezier) gelezen kan worden.

Zoals wel vaker bij Enquist staan ook in ‘Want de avond’ de klassieke muziek, verlies, rouwverwerking en ouder worden centraal. We volgen opnieuw Jochem en Carolien, en in mindere mate Hugo en Heleen, die na het uiteenvallen van het kwartet elk op hun eigen manier hun trauma’s proberen te verwerken. Zo verschanst Jochem zich in zijn nieuw atelier, dat hij ombouwt tot een overbeveiligde bunker, en maakt hij van hun gezamenlijk huis een gevangenis waarin zijn vrouw Carolien met een majeure depressie zit weg te kwijnen. Ze werkt niet meer, speelt niet meer, en maakt zich enkel druk om de pink die ze verloren heeft. Totdat ze de keuze maakt om Hugo achterna te reizen. Hugo op zijn beurt, is dermate veel in Azië dat hij geen tijd heeft om iemand anders te zien, laat staan zijn eveneens getraumatiseerde dochter. Heleen is helemaal op de achtergrond verdwenen, is kilo’s lichter, heeft roodgeverfd en kortgeknipt haar en werkt inmiddels als medische medewerker bij een sportschool in plaats van als kordate verpleegster. Het boek wordt om en om verteld vanuit het oogpunt van Jochem en Carolien.

Wat ‘Want de avond’ sterk maakt, is het totale gebrek aan poespas. Het is het verhaal van vier getraumatiseerde mensen die elk op hun eigen manier uit het dal proberen te krabbelen, punt. Enquist schrijft op een analyserende, observerende manier, die toch dermate veel sympathie weet op te wekken voor de zeer humane personages dat het moeilijk is om het boek weg te leggen. Enkel Jochem komt er bekaaid af: het is hem bijna gegund dat hij bezwijkt aan zijn paranoia. Caroliens keuzes zijn daarentegen ook niet altijd even empathisch te noemen, maar zijn volkomen begrijpelijk, en ook Hugo blijft de flamboyante en sympathieke ondernemer die hij ook in ‘Kwartet’ al was. Voor Heleen is het vooral te hopen dat ze er weer bovenop komt.

Enquist weet vaart in het verhaal te houden, ondanks dat er geen echt schokkende gebeurtenissen plaatsvinden, en wordt op geen enkel moment langdradig. Ze bouwt verder op de karakterschetsen die in ‘Kwartet’ al zijn neergezet en kleurt ze in ‘Want de avond’ met meer detail in. De nadelen van het boek liggen vooral in de titel (waarom deze wonderlijke keuze?) en het abrupte, ietwat afgeraffeld aanvoelende einde: de roman lijkt lange tijd niet echt ergens naartoe te gaan, maar enkel een schets van de dagdagelijkse bezigheden van vier gekrenkte volwassenen, en het einde waarmee Enquist vermoedelijk tot een goede afronding wil komen, past hier totaal niet bij. Desalniettemin is dit opnieuw een heel fijn boek.

Details Fictie
Auteur: Anna Enquist
Uitgeverij: De Arbeiderspers
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
256