Ann De Craemer, 'Kwikzilver'

Nieuwe eerlijkheid

Vlaamse schrijvers houden ervan hulde te brengen aan hun moeders en grootmoeders. Zo ook Ann De Craemer, die in ‘Kwikzilver’ haar oma Paula eert. In een goudeerlijke stijl assembleert ze haar herinneringen tot een portret van liefde en nostalgie.

Wie de vorige romans van De Craemer las, weet dat hij zich kan verwachten aan een verhaal dat dicht aanleunt tegen haar eigen geschiedenis. In wat ze op haar blog beschouwt als het sluitstuk van haar Tieltse trilogie blijft ze trouw aan dat überpersoonlijke register. Authenticiteit is haar leidraad: ze wil geloven in wat ze schrijft en dus blijft ze hondstrouw aan de feiten.

De onteigening van Paula’s woning, verscholen in het hart van het platteland, is de scène waartoe veel - zo niet alles - uit haar derde roman terug te brengen valt. Wat er aan voorafgaat is een ingetogen evocatie van het roerloze leven op de buiten, een rimpelloos bestaan in een oceaan van rust en standvastigheid. De grote maatschappelijke omwentelingen, ‘geruis in de achtergrond’, hebben nauwelijks vat op wie ze is of hoopt te zijn. Vanuit het epicentrum van haar leven, de keukentafel, regeert Paula met veel liefde over haar gezin van negen kinderen, gehard door wat toen min of meer vanzelfsprekend was – haar vader emigreerde kort na haar geboorte na de Verenigde Staten, om pas jaren later terug te keren – maar waarvan wij als verwende exponenten van de welvaartstaat geen flauw benul hebben.

Wat er op volgt is een moeizame poging van een bijna bejaarde vrouw om te redden wat er te redden valt. Ze verkast naar een serviceflat in de stad: een dubbele dam tegen geluk en gemoedsrust. De eelt op haar ziel is haar houvast, haar kamer een replica van haar huisje in de Herderstraat. Ze overleeft en ensceneert de familiale schwung die als een aureool om haar keukentafel hing.

‘Kwikzilver’ heeft een aantal troeven om een breed publiek te bereiken. Het liefdesepos is als eresaluut aan de ‘koningin van de eenvoud’ bescheiden van opzet en ongelooflijk herkenbaar. De zorg van ouders voor hun kinderen die later - naar Vlaamse traditie - gespiegeld wordt, de kalme berusting van iemand die de regie over zijn leven dreigt te verliezen, het verleden dat uiteenvalt in herinneringen waarvan de zomen steeds diffuser worden: het zijn de vaste ingrediënten van het leven waar het lot ons vroeg of laat mee opzadelt.

De Craemer rijgt de solide zinnen aaneen en weet haar boodschap van dankbaarheid over te brengen op de lezer. Dat ze de ballingschap van Joseph Brodsky betrekt op de verhuizing van haar oma naar de stad en haar omschrijft als een balling van het platteland is bij de haren getrokken. Maar het beeld van een naar achteren gedraaid hoofd waarvan de doorleefde sentimenten zich een weg banen naar het geheugen van de schrijfster blijft natuurlijk enig mooi.

Wie zit te wachten op bruisende taal of een plot die zindert van gevaar en avontuur is eraan voor de moeite. De Craemer serveert haar emoties nuchter en onversneden. En wat als daar pathos mee gemoeid zou zijn, rijmt dat niet met de onvoorwaardelijke liefde?

Foto: Koen Broos

Details Non-fictie
auteur: Ann De Craemer
Uitgeverij: De Bezige Bij Antwerpen
Jaar:
2014
Aantal pagina's:
224