Andrej Platonov, 'Verhalen'

Alleen verdriet geeft de mens een hart

In Jelle Brandt Corstius' 'Arctisch dagboek' (2014) schrijft de VPRO-reporter over zijn belevenissen tijdens een cruise langs de Witte Zee. Bij het avonddiner wordt er geïnformeerd naar zijn Russische literaire voorkeuren. Hij verzaakt het oeuvre van Dostojevski te vernoemen en kiest voor Andrej Platonov (1899-1951). Waarop een dame in een tirade ontsteekt en hem verwijt geen verbintenis te voelen met de 'Russische ziel'. Want 'daarvoor moet je nu eenmaal Dostojevski lezen en niet louter Platonov.'

Het is een raadsel waarom auteurs als Gorki, Platonov en Paustovski bar weinig vernoemd worden door lezers in ons taalgebied. Van de drie auteurs zijn nochtans uitstekende vertalingen voorhanden en kwalitatief moeten ze niet onderdoen voor Tsjechow, Tolstoj of Dostojevski.

Het hoeft geen betoog dat de nieuwe vertaling van Platonovs verhalen door Aai Prins een goede zaak is. Het leeuwendeel van de verhalen spelen zich af in het tijdperk van het Russisch constructivisme (1919-1934). Een periode waarin Lenin en de zijnen geloofden in de culturele maakbaarheid van de mens. Literatuur moest functioneren in de mens als benzine in een auto. Dat dergelijk idee een utopie bleek is na te lezen in het nog steeds uitstekende 'Ingenieurs van de ziel' van Frank Westerman (2002), waarin Platonov een prominente plaats inneemt.

Wie de verhalen van deze bundel leest zal bij momenten geconfronteerd worden met een rits technische beschrijvingen die een inspanning van de lezer vergen. Maar de moeite wordt ruimschoots gecompenseerd door zinnen van een zeldzame zuivere precisie.

'Danilok was somber, bedaard, en had iets van een droom en een brood tegelijk: bruin, vriendelijk en een beetje warm, als kruim. Hij was gemaakt van schoenleer: als je een haal over zijn wang gaf, bleef er geen kras op achter.'

In 'Aantekeningen van een nazaat' vraagt Platonov zich af wat moeilijker is: grafiet winnen of een potlood breken. Om daarna fijntjes te vermelden: 'Ziedaar de grote wijsheid van de economie.' Dergelijke dwarse humor deed ons denken aan Louis Paul Boon. Platonov werd getolereerd, niet geliefd door de Russische censoren.

Soms hoor je mensen beweren dat boek X of Y 'leest als een trein'. De exacte betekenis van dergelijke uitspraak is voor ons nog steeds onduidelijk. Platonov eist aandacht en toewijding van de lezer. Wie geen behoefte heeft aan literaire rechtlijnigheid, zal geregeld deze verzameling verhalen uit de boekenkast halen.

Niet uit noodzaak, niet om de leeservaring van de bucketlist te kunnen schrappen maar om een verhaal te lezen dat zich niet onmiddellijk laat oplossen als een bruistablet in een glas water.

 

Details Fictie
Vertaler: Aai Prins
Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
834