Ron Leshem, Als er een paradijs bestaat

Israëlische 'Band of brothers'

Op 12 juni 2006 viel Israël Libanon binnen. Hezbollah-strijders hadden twee Joodse soldaten gekidnapt en het Israëlische leger wilde hen koste wat het kost bevrijden. De aanval liep op een fiasco uit en na een smerige oorlog van twee maanden trok het Israëlische leger zich met de staart tussen de benen terug. Het was niet de eerste keer dat Israël zijn tanden op Hezbollah stukbeet. In het begin van de jaren tachtig bezette Israël het zuiden van Libanon, maar na achttien jaar slaagde de sjiitische verzetsgroep erin om hen te verjagen. Over die terugtrekking gaat ‘Als er een paradijs bestaat’, het debuut van Ron Leshem.
 
In ‘Als er een paradijs bestaat’ volgen we Erez, een compagnieleider in het Israëlische leger. Hij en zijn mannen zijn gestationeerd in het middeleeuwse fort Beaufort. Dat ligt op een berg diep in Libanon en dient als uitkijkpost. Het nadeel van deze ligging is dat het een gemakkelijk doelwit is voor de schutters van Hezbollah. De manschappen hebben er weinig anders te doen dan de raketten op zich af te zien komen en de klappen te incasseren. Langzaamaan komt iedereen tot het besef dat het tijd is om Beaufort op te geven en zich terug te trekken.

Leshem was geen soldaat tijdens de laatste weken van Beaufort. Hij werkte als jonge oorlogsverslaggever en kwam zo in contact met nogal wat soldaten. Zij vertelden hem achteraf wat er zich op die heuvel in Zuid-Libanon had afgespeeld. Leshem schreef die krankzinnige geschiedenis neer en deed dat met zo veel verve dat zijn debuut meteen de Sapir-prijs, de belangrijkste Israëlische literaire onderscheiding, kreeg. Het boek werk ook verfilmd. 'Beaufort' won de Zilveren Beer in Berlijn en werd in 2008 genomineerd voor een Oscar voor Beste niet-Engelstalige film.

Het moet gezegd: Leshem kan verdomd goed schrijven. Hij weet met pijnlijke precisie aan te geven waar zijn personages doorheen gaan: van hun opleiding, over de eerste keer dat ze een vriend zien sneuvelen, tot de dag dat ze het fort verlaten. Dit doet je misschien aan 'Band of brothers' denken, en terecht, want deze roman heeft wel wat van die legendarische miniserie (ook uit in boekvorm).

Ook in 'Als er een paradijs bestaat' krijg je na verloop van tijd sympathie voor de personages. Dat is eveneens de verdienste van Leshem. Hij maakt er nochtans geen doetjes van. Integendeel, hij toont het soldatengedrag tot in zijn meest meedogenloze en kinderachtige kanten. Maar wat voor klootzakken die militairen ook zijn, de gruwel en de absurditeit waarin ze verzeild geraakt zijn, raakt je.

Toch is deze roman geen meesterwerk. Misschien wel omdat Leshem geen afstand heeft kunnen nemen van zijn personages, of beter van de militairen die hij interviewde om tot dit boek te komen. Hij schreef een antioorlogsroman, maar bekritiseert die oorlog enkel wanneer er Israëlische soldaten door getroffen worden. Over wat hun verantwoordelijkheden als individu zijn, wordt met geen woord gerept.

Erez en zijn mannen zijn maar wat graag soldaat. Het zijn kinderen die, tjokvol testosteron, zonder nadenken achter holle begrippen als eer, vlag en vaderland de dood in hollen. Bovendien wordt de Israëlische vredesbeweging in dit boek als een bende verraders bestempeld en is het leed van de Libanese bevolking blijkbaar te verwaarlozen.

Als Leshem van dit soort verwerpelijk nationalisme afstand had kunnen nemen, dan hadden wij 'Als er een paradijs bestaat' hier maar wat graag aangeprezen. De dubbele moraal en het gebrek aan kritisch denkvermogen maken dat nu onmogelijk. En dat vinden wij erg jammer.

Details Fictie
Originele titel:
Im Yesh Gan Eden
Auteur: Ron Leshem
Vertaler: Sylvie Hoyink
Copyright afbeeldingen: Meulenhoff
Uitgever: Meulenhoff
Jaar:
2008
Aantal pagina's:
364