Wells Tower, Alles verwoest, alles verbrand

Breinchirurgie

Een oud spreekwoord zegt dat het niet allemaal goud is wat blinkt, maar het kan ook andersom: neem nu Wells Tower (1973) met zijn debuut 'Alles verwoest, alles verbrand'. Verborgen onder een afzichtelijke boekcover, die overigens aan onze driekleur doet denken, gaat één van de sterkste verhalenbundels van het jaar schuil. Negen zinderende kortverhalen die je bij je nekvel optillen om pas op grote hoogte terug los te laten. Samen vormen ze een intrigerend boek dat je met tegenzin opzij legt.

Helemaal nieuw zijn die verhalen niet, in de afgelopen tien jaar werden er al een aantal gepubliceerd in The New Yorker, de Paris Review en Harper's. Voor deze bundel heeft Tower ze grondig herwerkt. Geen veelschrijver dus, wel een nauwgezette stylist met de reputatie van een moeilijk tevreden te stellen perfectionist.

In het openingsverhaal schetst de New Yorker op meesterlijke wijze het wedervaren van ene Bob Munroe, die na de breuk met zijn vrouw onderdak vindt in een leegstaand optrekje van zijn oom dat ergens op een eilandje staat te verkommeren. Als huisgenoot neemt hij een per toeval gevangen vis die hij in een vochtig T-shirt transporteert en onderbrengt in een gigantisch oud aquarium, 'zo lang als een lijkkist', dat zich in het huisje bevindt.

Het is het begin van een reeks merkwaardige ontmoetingen en vreemde gebeurtenissen, kenmerkend voor de verhalen van Wells Tower. Hij observeert de wereld vanuit de meest uiteenlopende personages, die hij met een verraderlijk warme, meelevende stem neerzet; randfiguren die al één en ander te verduren hebben gehad. 

Eigenlijk niets nieuws onder de zon, maar Towers stijl knettert in je bovenpan, valt op door zijn vrolijke, krokante frisheid, en verrast de lezer continu met onverwachte wendingen en bloemrijke metaforen. Bovendien slaagt hij erin alles uit te puren en gebald te houden. 

Gebroken harten waaruit verzuurde meningen oprispen. Nu eens grimmig, dan weer hilarisch, maar altijd subtiel. Hoe bizar en extreem de verhalen verder ook evolueren, de componist houdt de touwtjes stevig in handen, nergens verliezen ze hun geloofwaardigheid. Met de precisie van een breinchirurg ontleedt hij gedachtengangen, voert hij een dissectie uit. Hoewel nooit bij naam genoemd, weet hij de kleinmenselijke kantjes bloot te leggen waardoor de meest sombere figuren glans verkrijgen.

Zoals in het beklemmende 'Hoog en droog'. Matthew Lattimore leeft al heel zijn leven op gespannen voet met zijn broer Stephen en heeft een hekel aan het rotjoch. Enkele glazen blijken echter genoeg om zijn gemoed te doen overlopen en hem de moed te verschaffen om broerlief uit te nodigen voor een jachtpartij.

Het levert een subtiel spervuur aan pittige dialogen op die evolueren naar een verbaal duel met af en toe een wapenstilstand. Het verhaal krijgt een geheel nieuwe wending wanneer Matty tijdens de laatste dag onverwacht een hert schiet, wat eerst zo goed als uitgesloten leek. Plots voelen de mannen zich verbonden, overstijgt trots hun banale discussies. Op één of andere manier lijkt het leven zin te krijgen; de broers komen dichter bij elkaar dan ooit voorheen. Tijdens het versnijden blijkt het vlees echter bedorven, en alles wijst erop dat het dier op sterven na dood was toen het geschoten werd. De gevolgen zijn catastrofaal...

Met 'Alles verwoest, alles verbrand' heeft Wells Tower een instant klassieker afgeleverd.

Details Fictie
Originele titel:
Everything ravaged, everything burned
Auteur: Wells Tower
Vertaler: Auke Leistra
Copyright afbeeldingen: De Arbeiderspers
Uitgever: De Arbeiderspers
Jaar:
2009
Aantal pagina's:
213