Alfred Schaffer, ‘Mens Dier Ding’

'De geschiedenis herkent de duivel in vermomming'

Het zal je maar overkomen: als buitenechtelijk kind het levenslicht zien, als dictator geliquideerd worden en nog geen 200 jaar later een waterpretpark naar je vernoemd krijgen. Het overkwam Shaka Zoeloe, de beruchte 19e-eeuwse krijgsheer. Onderwerp van veel legendes is het onduidelijk wat de in Zuid-Afrika opererende tiran precies wel en niet heeft gedaan. Wie ligt daar trouwens wakker van? Alleszins Alfred Schaffer niet, de Nederlandse dichter die niet onaanzienlijke tijd in Zuid-Afrika doorbracht als docent aan verschillende universiteiten. Voor zijn laatste bundel 'Mens Dier Ding' mag hij dan wel Shaka Zoeloe als uitgangspunt genomen hebben, in een historisch verantwoorde reconstructie van diens leven zag de auteur geen graten. Wel werd de tiran als metafoor aangegrepen voor een mensheid die, net als Shaka Zoeloe tijdens zijn leven, een degradatie onderging, van mens naar dier naar ding.

Allen worden we als mens geboren. Tolereert onze cultuur echter dat we mens blijven? We hebben oorlogen gevoerd waarin we ons niet beter toonden dan beesten, we prediken open relaties en vrije lusten, vervloeken het dictaat van gewetensvol ouderschap en omarmen de zogezegde neuro-psychologische absurditeit van monogamie. We laten ons in een consumptiemaatschappij verworden tot dingen, laten ons kleden, voeden, entertainen en indoctrineren door het grote geld. We streven naar meer welvaart, we tellen in gedachten de nullen op onze bankrekening, we dromen van materie, van dingen, omdat we dingen zijn geworden. Says who? Iemand die in gedachten een parallel construeert tussen Shaka Zoeloe en de geschiedenis van de 20ste eeuw.

Werd Zoeloe ooit een dier, en toen een ding? Jazeker. Een roofdier eerst, één met een onstilbare honger naar prooien. En wanneer begint men meer te moorden dan er honger is? Eenmaal men de eigen menselijkheid aflegt en een ding wordt. Een moordmachine. Wat doet Schaffer daarmee? Hij ontmenselijkt het historisch personage door hem genadeloos naar onze tijd te verplaatsen. Een tijd met facebook, tweets, quizprogramma's en powerpoints. Stilistisch doet Schaffer dat zodanig dat zijn personage er plompverloren tussen loopt. Ook de blik van de lezer wordt gaandeweg troebel gemaakt, aangezien de auteur steeds drastischer vormstructuren gaat doorbreken. Interviews, nieuwsflashes, brieven: er is geen vorm of Schaffer probeert die uit. Dat desoriënteert het lezerspubliek, te meer omdat Schaffer er nog dagdromen aan toevoegt. Zij bewegen zich op een ander, donker en gevoelig discours. Een dat de continuïteit van Schaffers hersenspinsels inzake Sjaka ruw doorbreekt. Waarom?

Neem de lezer zijn of haar lineaire leeservaring af, en er wordt vanzelf stil gestaan. Misschien is dat wat Schaffer voor ogen had toen hij zijn bundel zo heterogeen mogelijk concipieerde. Inderdaad is 'Mens Dier Ding' lezen een voortdurend proces van herlezen, terugbladeren, stoppen, nadenken en herbeginnen. Een beloning krijgt de lezer daar uiteindelijk niet voor, behalve een versterkte innerlijke leeservaring. Want daar gaat het bij Schaffer inderdaad om: zijn poëzie woelt zich los uit de woonkamer en baant zich radicaal een weg naar buiten. Nee, hier geen verzen voor sympathieke kamergeleerden met baarden. Het is een bundel die uitdrukkelijk meer wil zijn dan een bundel. Doch overdaad schaadt. Minder kapriolen, meer lichtvoetige intermezzi à la 'Sjaka's korte flirt met de romantiek' zouden voor een comfortabeler avontuur hebben gezorgd. Schaffer laat de lezer immers ploegen doorheen zijn materiaal. Hou jij van ploegen?

Details Poëzie
De geschiedenis herkent de duivel in vermomming
Foto: Karoly Effenberger
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2014
Aantal pagina's:
144