A.F.Th. van der Heijden, Tonio

Schrijven tegen de pijn in

Het is vroeg in de ochtend op de Eerste Pinksterdag van 2010 als de 21-jarige Tonio van der Heijden, het enige kind van A.F.Th. van der Heijden en Mirjam Rotenstreich, ter hoogte van het Vondelpark in Amsterdam het slachtoffer wordt van een verkeersongeval. Hij wordt in kritieke toestand naar het Academisch Medisch Centrum gevoerd, waar hij nog diezelfde dag aan zijn verwondingen overlijdt.

Na het dramatische verlies van zijn zoon speelden twee dwingende vragen door A.F.Th.'s hoofd: wat gebeurde er met Tonio in de laatste uren en dagen voorafgaand aan het onheil, en vooral: hoe kon dit ongeluk plaatsvinden?

De schrijver, die eerder met ‘Asbestemming', ‘De sandwich ‘ en ‘Weerborstels' al drie requiems schreef, begint in zijn geheugen naar herinneringen te graven en verwoed aantekeningen te maken. Tijdens zijn speurtocht naar antwoorden op zijn pertinente vragen gaat A.F.Th. ook op zoek naar mensen die een hoofdrol speelden in de laatste momenten van zijn hardhandig uit het leven weggerukte nakomeling. Hij spreekt met vrienden, politiemensen en artsen en probeert het mysterieuze meisje Jenny te contacteren. Zij was de laatste die voor de lens van de begaafde fotograaf Tonio verscheen en daarna plotseling verdween. Tonio's passie voor fotografie komt trouwens treffend tot uiting op de cover van deze roman: een foto waarop Tonio voor een groepsopdracht op de fotoacademie als Oscar Wilde poseerde.

A.F.Th. wilde dat het requiemboek voor zijn eigen vlees en bloed niet vormloos zou worden, dus goot hij de waargebeurde gebeurtenissen in een romanvorm in twee delen. Het eerste, bijzonder openhartige deel focust vooral op Tonio's eerste jaren en vertelt onder meer over Tonio's geboorte, A.F.Th.'s schrijverschap en zijn huwelijkscrisis. In het tragische tweede deel staat de queeste naar het waarom van Tonio's dood centraal en beschrijft de schrijver hoe hij stapsgewijs de laatste levensdagen van zijn telg reconstrueerde.

In ‘Tonio' maken we kennis met Adri, zoals Tonio zijn vader trouwens ook aansprak, en dus met de gevoelige mens achter de gevierde schrijver Adrianus Franciscus Theodorus van der Heijden. Hij neemt geen blad voor de mond en vertelt verpletterend eerlijk over wat het vaderschap met hem deed en hoe hij vaak het gevoel had dat hij gefaald had als vader en echtgenoot. De gepijnigde romancier laat, terwijl hij zijn rouwverwerking aan het papier toevertrouwt, diep in zijn ziel kijken; waardoor ‘Tonio' ook een sterk autobiografisch karakter krijgt. A.F.Th. brengt hier de zinsnede ‘Schrijven is een lichamelijke daad. Inkt is het bloed van de schrijver' uit ‘Bittere bloemen' van Jeroen Brouwers meesterlijk in de praktijk.

Ondanks zijn bijzonder ontroerende onderwerp en de vele smartelijke gebeurtenissen die erin beschreven staan, wordt ‘Tonio' nooit zwaar op de hand. Integendeel zelfs, ondanks al zijn verdriet is A.F.Th. er toch in geslaagd om doorheen zijn weergaloze requiemroman een boodschap van hoop en hernieuwde levenskracht te laten doorschemeren. De uitspraak die Jenny op de rand van Tonio's kamer doet, spreekt wat dat betreft boekdelen: ‘Ja, ik geloof echt dat de doden een bepaalde energie voor ons achterlaten.'

Zoals de Engelse schrijver Ben Johnson bij de dood van zijn zevenjarige zoon schreef: ‘Rest in soft peace, and, asked, say here doth lie / Ben Johnson his best piece of poetry', zo heeft A.F.Th. van der Heijden met ‘Tonio' een adembenemend literair eerbetoon voor zijn overleden zoon geschreven en tegelijkertijd zijn allerbeste roman tot hiertoe afgeleverd.

Details Fictie
Auteur: A.F.Th. van der Heijden
Copyright afbeeldingen: De Bezige Bij
Uitgever: De Bezige Bij
Jaar:
2011
Aantal pagina's:
633