A.F.Th. van der Heijden, 'De helleveeg'

Duel met de verschraling

De werkkamer van A.F.Th. van der Heijden is een wonderbaarlijk universum. De metersbrede kasten, die de schrijftafels waartussen hij voortdurend pendelt omzomen, herbergen een immer uitdijende vloedgolf van aantekeningen. Met 'De helleveeg' voegt hij, twee decennia na 'Advocaat van de hanen', een vijfde deel toe aan zijn majestueuze cyclus 'De tandeloze tijd'. Het is een geruststellende gedachte dat zijn oeuvre, waarvan 'De tandeloze tijd' samen met de 'Homo duplex'-cyclus het hart vormt, nog lang niet af is.

Als een alchemist analyseert A.F.Th. van der Heijden de elementen van zijn oeuvre, en herschikt ze om er nieuwe verhalen mee te smeden. 'De helleveeg' is opgebouwd rond het personage Tiny, dat hij een terloopse rol toebedacht in 'De gevarendriehoek', het tweede deel van de cyclus. Al snel wordt duidelijk dat haar smetvrees, die hij vooral in het romanbegin benadrukt, en gestalte krijgt in onvermijdelijke rekwisieten zoals een knalgele stofdoek en een schortje, een metafoor is voor haar tevergeefse pogingen om een schande die haar bestaan overschaduwt, uit te wissen.

Het is Albert Egberts, van wie de intellectuele ontplooiing centraal stond in de 'Tandeloze', die haar verhaal vertelt in fragmenten die een halve eeuw overspannen en zich chronologisch dwars doorheen dat epische verhaal wringen. Alsof ze een filiaal van de duivel uitbaat, laat Tiny geen gelegenheid onbenut om haar familie te schofferen. 'Het ventiel van haar hoon stond nu wijd open.' De vergelijking met Vinterbergs 'Festen' ligt voor de hand, met Tiny die zich de rol van Christian Klingenfeldt toeëigent als seriële paniekzaaier.

Niet zozeer die achterkamertjesterreur, wel de ellende die een nietsontziende wraakzucht in Tante Tiny doet oplaaien en de katalysator uitmaakt van haar pesterige status, stimuleert Albert om haar onwelriekende mysterie te doorgronden. De verbreding, en daarmee past 'De helleveeg' naadloos in de cyclus, staat als vanouds centraal. De insteek van de roman is bescheiden: Albert die reflecteert over de gitzwarte familiegeschiedenis. Maar precies in de waanzinnige uitwerking van die dunne verhaallijn onderscheidt van der Heijden zich. Vanuit een wisselend perspectief observeert hij de doorwerking van Tiny’s trauma. Genuanceerd houdt hij de menselijke psyche tegen het strijklicht.

Steeds dichter brengt Albert de lezer bij de meest aannemelijke waarheid, alsof hij door een schoendoos vol 9 mm filmpjes gaat, die in hem een schokgolf aan emoties losweken. Hij verbindt die schandvlekken, probeert de lijn die hij erin ziet te interpreteren. De opbouw van het verhaal, dat de auteur in nauwelijks twee maanden schreef, luistert nauw met Tiny’s leed, en daarin schuilt toch enig mededogen voor de wrok die ze belichaamt.

Van der Heijden geeft invulling aan de veelgehoorde opvatting dat het heden niet bestaat. De weelderige stijl waarvan hij zich bediende van bij de proloog van de 'Tandeloze', 'De slag om de blauwbrug', ligt definitief achter hem. Zijn register is rauwer dan voorheen. In een veelbesproken aflevering van College Tour, waarvan hij de centrale gast was, gaf hij aan een grimmiger schrijver te zijn geworden. Om de gedachte dat zijn werk na de dood van Tonio verschraalde - zelf heeft hij het over de verschaming – uit zijn hoofd te bannen, schrijft hij met nog meer bezieling, waarvan ‘De helleveeg’ een geraffineerde proeve is.

Details Fictie
Auteur: A.F.Th. van der Heijden
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2013
Aantal pagina's:
242