Adam Foulds, De dwaaltuin

Post-moderne spielerei en stilistisch meesterschap

‘De dwaaltuin’, de tweede roman van de Brit Adam Foulds, is gebaseerd op waar gebeurde feiten, namelijk de ontmoeting van drie historische figuren, Matthew Allen, Alfred Tennyson en John Clare. Het verhaal speelt zich rond 1840 af in Epping Forest, het donkere woud in de buurt van Londen. Als er nu drie dingen zijn waar wij een pesthekel aan hebben, zijn het wel ‘waargebeurde’ verhalen, historische romans en literatuur die bol staat van de natuurbeschrijvingen. Reken dus ons geluk uit toen we ‘De dwaaltuin’ voor de kiezen kregen. En toch … na een tijdje moesten we onze diep gekoesterde vooroordelen aan de kant schuiven en toegeven dat Foulds een rijke, poëtische roman heeft geschreven.

Adam Foulds staat al lange tijd bekend als the boy wonder van de Britse poëzie en ook als romancier heeft hij het over dichters. ‘De dwaaltuin’ is opgehangen aan het historische feit dat twee van de grote negentiende-eeuwse poëten ooit samen in een psychiatrische instelling zaten. Alfred Tennyson, die het later tot de favoriete dichter van koningin Victoria zou schoppen, verbleef er enkel om zijn depresieve broer te ondersteunen, maar John Clare, a.k.a. the Peasant Poet, was wel voor eigen rekening opgenomen. De man leed aan waanvoorstellingen waarbij hij onder andere dacht dat hij Shakespeare en Lord Byron was. De instelling waar beide dichters zaten, was eigendom van de veelzijdige dokter Matthew Allen, die bekendheid verwierf met zijn kennis van de frenologie en als doctor in de chemie.

Allen is de centrale figuur in deze roman. De eerzuchtige wetenschapper raakt stilaan verveeld door heel der dagen met gestoorde patiënten te moeten omgaan. Nochtans zijn die patiënten van een zeer diverse pluimage. Naast Clare zijn er ook nog de godsdienstwaanzige Margaret, George Laidlaw die gebukt gaat onder de angst voor de staatsschuld en Al Fulton, die gelooft dat zijn ontlasting de watertoevoer van Londen zal vervuilen en gans de bevolking zal vergiftigen. Het stilistische hoogtepunt van ‘De dwaaltuin’ is waarschijnlijk het lavement dat dokter Allen deze laatste onder dwang toedient.

De ranzigheid die Foulds in die scene van de pagina’s laat spetteren, staat in schril contrast met de poëzie die hij in zijn natuurbeschrijvingen steekt. En ‘De dwaaltuin’ staat bol van die prachtige natuurbeschrijvingen. Daar zijn de wandelingen die Clare door de bossen rond de instelling maakt het gedroomde excuus voor. Met die dwaaltochten komt het personage van Clare, die trouwens bekend staat voor zijn lofdichten op de natuur en het plattelandsleven, zeer sterk uit de verf. Daarbij moeten we wel zeggen dat Foulds er niet in slaagt om hetzelfde te doen voor Tennyson en Allen, die eerder oppervlakkige personages blijven.

Maar misschien ligt dat wel aan ons. ‘De dwaaltuin’ is immers een zeer gelaagde roman. Hoe meer je van de drie historische personages weet, hoe meer je het vakwerk van de auteur herkent. Bovendien zit dit boek vol met passages die geënt zijn op meesterwerken uit de Engelse literatuur. 'Robinson Crusoë' is daar maar een voorbeeld van.

Post-moderne spielerei gecombineerd met stilistisch meesterschap … het mag niet verwonderen dat Foulds vaak vergeleken wordt met David Mitchell, die andere Britse auteur in de stal van uitgeverij Ailantus. Wat hij zelf van die vergelijking vindt, weten we niet. Wij bedoelen het alvast als een compliment.

Details Fictie
Originele titel:
Quickening Maze
Auteur: Adam Foulds
Vertaler: Jan Fastenau
Copyright afbeeldingen: Ailantus
Uitgever: Ailantus
Jaar:
2010
Aantal pagina's:
237