De kunst van het veldspel

Puur leesplezier

In tegenstelling tot McSweeneys is het New Yorkse literaire tijdschrift ‘N+1’ niet zo bekend in onze contreien. Naast werk van beginnende en gevestigde schrijvers kan je in ‘N+1’ essays over politieke en sociale kwesties lezen. Het grote verschil met het alom bekende magazine van Dave Eggers is dat de New Yorkers een veel grotere bek hebben. Ze zijn uitgesproken kritisch op het arrogante af. Als een van de drijvende krachten achter zo’n tijdschrift zelf als romancier debuteert, steekt hij dus zijn nek uit. Chad Harbach zal dat ook wel geweten hebben. Hij heeft tien jaar aan ‘De kunst van het veldspel’ gewerkt en levert een zeer sterk boek af.

Harbach stond in 2004 met zijn collega’s Marc Greif, Marco Roth, Keith Gessen en Benjamin Kunke aan de wieg van ‘N+1’. Hij schreef onder andere stukken over David Foster Wallace en de Boston Red Sox. Ook ‘De kunst van het veldspel’ gaat zoals titel en cover al doen vermoeden, over baseball. Centraal staat Henry Skrimshander, een schriel, verlegen mannetje dat haast foutloos is als ‘korte stop’, een positie in het honkbal die met wat goede wil vergelijkbaar is met de libero in het voetbal.

Achtervanger, pitcher, buitenvelder… als honkballeek krijg je in ‘De kunst van het veldspel’ nogal wat baseballtermen over je heen. Gelukkig slaagt Harbach er, zonder je bij het handje te nemen, in om je alles duidelijk te maken. Meer zelfs: zijn liefde voor het spelletje is aanstekelijk en de fantastisch geschreven wedstrijdscènes geven je zelfs zin om eens een echte wedstrijd te bekijken.

Maar eigenlijk is dat naast de kwestie, want honkbal is slechts de achtergrond waartegen ‘De kunst van het veldspel’ zich afspeelt. Dit boek dat zich op een universiteit afspeelt, is een Bildungsroman van het zuiverste water. Naast Henry spelen er nog andere personages mee. Zo zijn er zijn vrienden: Mike Schwarz, Owen Dunne en Pella Affenlight. Als student komt het volwassenbestaan met een rotvaart op hen af en dat brengt enkel pijnlijke inzichten met zich mee, bijvoorbeeld dat hun toekomst misschien minder mooi zal zijn dan het ideale plaatje dat ze in hun hoofd hebben.

Ook rector Guert Affenlight, de vader van Pella, staat op een keerpunt. Zijn hele leven heeft hij voor zijn universiteit gegeven, maar door een schokkend nieuw inzicht dreigt hij alles op het spel te zetten. Guert is gespecialiseerd in het werk van Herman Melville. Als hij over ‘Moby Dick’ spreekt, heeft hij het steevast over ‘Het Boek’. Ook Harbach lijkt redelijk zot van de ultieme Great American Novel. Niet alleen worstelt elk personage in ‘De kunst van het veldspel’ net als kapitein Ahab, met een obsessie waarvan hij niet kan winnen, het boek steekt vol verwijzingen naar Moby Dick. Soms overdrijft Harbach. Moet de nieuwe woonst die Guert Affenlight wil kopen echt beschreven worden als ‘een grote witte walvis van een huis’?

Gespecialiseerde beschrijvingen over honkbal, een doorgedreven psychologisering van de personages en enorm veel literaire verwijzingen… dat klinkt zwaar op de hand. Maar niets is minder waar ‘De kunst van het veldspel’ staat voor puur leesplezier. Dit is een uiterst verslavend en veelgelaagd boek. Niet toevallig heeft Jonathan Franzen zich al enkele keren lovend uitgelaten over ‘De kunst van het veldspel’.

Alleen jammer dat zo’n sterke roman zo’n povere vertaling krijgt. Het gaat al mis bij de titel ‘The art of fielding’ maar ook doorheen het boek worden enkele vreemde keuzes gemaakt. Wanneer Henry op het veld verlamd raakt door de druk, is hij ineens “een vastloper”. Gelukkig hadden wij een Engelse editie bij de hand waarin we konden lezen dat de auteur het over “a choker” heeft.

Hopelijk verhindert dat niet dat ‘De kunst van het veldspel’ net als in de Verenigde Staten een stevige literaire hit wordt.

Details Fictie
Originele titel:
The art of fielding
Auteur: Chad Harbach
Vertaling: Joris Vermeulen
UItgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2012
Aantal pagina's:
526